Zout: vloek of zegen

Dr. Ir. Eric De Maerteleire

 

Zout: men kan geen krant, tijdschrift of boek openslaan of radio of televisie openzetten of we worden om de oren geslagen met het motto “Hoe minder, hoe beter”. Maar is dat wel zo? Eten we wel te veel zout? Hoeveel is normaal en goed voor ons? Wie moet op zijn zoutconsumptie letten en wie minder? Kan men ook te weinig zout eten? Nieuw onderzoek stelt dat ook te weinig zout eten slecht is voor het hart en de kans op sterven verhoogt. Hoe zit het nu eigenlijk? Hoog tijd voor een stand van zaken.

Wat is zout?

Scheikundig gezien zijn er heel veel zouten, maar wat hier wordt bedoeld is natriumchloride of keukenzout. Keukenzout bestaat uit twee elementen namelijk natrium en chloride. Het is vooral het element natrium dat een heel belangrijke rol speelt in het organisme van planten, dieren en mensen. Alle studies die worden uitgevoerd op ‘zout’ behandelen in feite de werking van het element natrium. De concentratie aan natrium in keukenzout is 40% wat betekent dat 1 gram zout overeenkomt met 400 mg natrium. Of omgekeerd dat bijvoorbeeld 1 gram natrium vervat zit in 2.5 gram zout. Dit is belangrijk om een etiket correct te kunnen lezen.

Wat is de functie van zout in ons lichaam?

We kunnen niet leven zonder natrium. Het lichaam heeft, om een normale vochtbalans en bloeddruk te handhaven, nood aan voldoende natrium maar het element is, in combinatie met o.m. kalium, ook essentieel voor het doorgeven van zenuwprikkels en voor de spiercontractie. Natrium zorgt, in combinatie met kalium, voor een goede waterbalans en zorgt op die manier voor een voldoende groot bloedvolume. De absorptie in de dunne darm van water, aminozuren (afbraakproducten van eiwitten) en glucose wordt beïnvloed door natrium. Dat betekent dat een teveel of een tekort aan natrium de voedingstoestand van iemand kan beïnvloeden.

Hoe wordt de zoutbalans in ons lichaam geregeld?

Omdat natrium een belangrijke rol speelt in het regelen van de bloeddruk en de vloeistof- en elektrolytenbalans beschikt het lichaam over een efficiënt mechanisme voor de regeling van de hoeveelheid natrium in het bloed, als reactie op wisselende opnames van natrium via de voeding. Wat velen niet weten is dat de opname van het element kalium ook een zeer grote rol speelt. Een verstoring van zowel de opname van natrium als van kalium kan dit mechanisme (tijdelijk) overbelasten waardoor er problemen kunnen optreden: de spiercontractie werkt niet goed meer (krampen), de bloeddruk gaat ophoog en de vochtretentie in het lichaam wordt te hoog of juist te laag (uitdroging). Voor mensen die slecht eten, voor (veel) oudere mensen of voor mensen die sterk zweten of zware fysieke inspanningen moeten leveren (bouwvakkers, sporters, …) is het heel belangrijk dat de natrium/kalium-balans in het lichaam goed is. Dit betekent dat niet te veel maar ook niet te weinig natrium mag worden opgenomen, maar dat ook het element kalium een belangrijke rol speelt.

Kalium mildert de negatieve effecten van een te hoge zoutopname, vermindert het risico op een beroerte en hart- en vaatziekten en verhoogt de uitscheiding van natrium via de urine. In het onderzoek naar de effecten van natrium gebruikt men daarom meer en meer de verhouding natrium/kalium, zoals gemeten in 24-uurs urine, dan van het element natrium alleen. Een hoge verhouding natrium/kalium wordt als een belangrijker risicofactor gezien voor hoge bloeddruk dan alleen natrium. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) raadt aan om minstens 3510 mg kalium op te nemen per dag (voor volwassenen) en maximaal 2000 mg natrium. De ideale verhouding natrium/kalium mag volgens de WHO en andere auteurs niet hoger zijn dan 1.

In feite moeten we dus evenveel tot dubbel zoveel kalium opnemen via de voeding als natrium om de bloeddruk enigszins onder controle te houden. Doen we dit? Neen en dat komt omdat de goede bronnen van kalium, zoals groenten en fruit, schromelijk ondervertegenwoordigd zijn in het dieet van de gemiddelde westerling. In de tabel hierna is het kaliumgehalte weergegeven van een aantal courante voedingsmiddelen.

Kaliumgehalte van verschillende voedingsmiddelen (mg per 100 gram):

Sojabonen (gedroogd) 1700 Rode biet 325
Abrikozen (gedroogd) 1400 Wortelen 320
Pistachenoten (ongezouten) 1100 Broccoli 316
Rozijn 800 Makreel 314
Amandelen 705 Kiwi 312
Hazelnoten 650 Bloemkool 299
Zalm 628 Tomaat 297
Tuinkers 606 Volkorenbrood 270
Spinazie 558 Snijbonen 250
Peterselie 554 Vijgen 232
Walnoten 540 Kersen 222
Avocado 485 Doperwten (bereid) 215
Sesamzaad 468 Druiven 191
Witte bonen (bereid) 450 Yoghurt (mager) 190
Paddenstoelen 448 Sinaasappel 181
Aardappel (gekookt) 440 Melk (vol, halfvol, mager) 162
Heilbot 420 Aardbeien 153
Tonijn 407 Ei (heel ei) 134
Banaan 400 Appels 120
Chocolade Puur (54% cacao) 400 Peren 116
Spruiten 398 Ananas 109
Waterkers 330 Koffie (zwart) 40

Neem dat men 3000 mg natrium opneemt per dag (overeenkomend met 7.5 gram keukenzout), dan dient men evenveel kalium op te nemen via de voeding. Dit is niet zo moeilijk te bereiken, mits rekening houdend met bovenstaande waarden.

Een voorbeeld: iemand eet op een dag 200 gram gekookte aardappelen, 150 gram zalm, 100 gram waterkers, 2 appels van elk 150 gram, 1 potje magere yoghurt (van 150 gram) en drinkt 4 kopjes koffie (elk van 150 ml = 600 ml of gram). Hoeveel kalium neemt deze persoon op?

  • 200 gram gekookte aardappelen: 2 x 440 = 880
  • 150 gram zalm: 1.5 x 628 =942
  • 100 gram waterkers: 1 x 330 =330
  • 2 appels: 3 x 120 =360
  • 1 potje yoghurt: 1.5 x 190 = 285
  • 4 kopjes koffie: 6 x 40 =240
  • Totaal: 3037 mg.

Waarin  zit zout ?

Natrium is een element dat in alle voedingsmiddelen van nature uit voorkomt, maar sommige bevatten meer zout dan andere. De voornaamste natuurlijke bronnen zijn vlees, zuivelproducten, eieren en een groot aantal groenten. Maar de concentratie hangt heel sterk af van de kweek- en teeltomstandigheden, zodat een lijst van producten met gemiddelde waarden moeilijk te geven is. In feite is dit ook niet nodig want slechts 10% van wat de westerse mens aan natrium binnenkrijgt is afkomstig van natuurlijke producten, de overige 90% is afkomstig van zout dat is toegevoegd. De toevoeging gebeurt bij het productieproces, ofwel opzettelijk door de mensen zelf bij het bereiden (denk maar aan zout op de patatten!) of de consumptie van bepaalde voedingsmiddelen (denk maar aan zout op het eitje of op de radijsjes!).

Hoeveel zout hebben we nodig?

Zout is op zich een gezonde, zelfs levensnoodzakelijke stof maar wetenschappers zijn er nog niet echt uit hoeveel keukenzout men per dag moet eten. Een fysiologische minimum hoeveelheid natrium zou liggen tussen 200 à 500 mg dag, wat overeenkomt met 500 à 1250 mg keukenzout per dag. Er zijn echter heel wat factoren die bepalen hoeveel zout we precies nodig hebben: de ouderdom, het geslacht, de algemene gezondheidstoestand, het eetpatroon, de vorm van beweging, de (tijdelijke) aanwezigheid van bepaalde aandoeningen (bijvoorbeeld, diarree, overgeven, bacteriële of virale infecties, …), medicatie, enz. Bij grote fysieke inspanningen – bijvoorbeeld mensen die zware fysieke inspanningen leveren of sporters - zweet men meer waardoor men zout verliest. Wanneer men een halve liter vocht uitzweet, wat tijdens sporten of tijdens zware inspanningen zelfs weinig is, verliest men ongeveer 1.5 gram zout en dit moet worden gecompenseerd. In warme landen zweet men ook meer en heeft men in de regel meer zout nodig. Omdat iedereen weer anders zweet is het moeilijk te zeggen wat de gemiddelde gezonde hoeveelheid zout is die men nodig heeft. Komt daar nog bij dat de natriumbehoefte blijkbaar sterk individueel is want genetisch bepaald: er zijn mensen die veel zout nodig hebben en er zijn mensen die weinig zout nodig hebben.

Veel hangt af van de kans op (of de aanwezigheid van) hart- en vaataandoeningen, een hoge bloeddruk en andere metabole ziekten die sterk bepalen hoeveel zout we mogen eten.

 

Wat zijn de aanbevelingen m.b.t. de zoutopname?

Alle grote en belangrijke instituten ter wereld maken aanbevelingen m.b.t. de zoutopname en meestal zijn ze vrij gelijklopend. Laten we eens kijken over hoeveel natrium het gaat (uitgedrukt in mg/dag):

  • Het ‘United States Department of Agriculture (USDA)’: 2300 mg
  • De ‘American Heart Association (AHA)’: 1500 mg
  • De ‘Academy of Nutrition and Dietetics (AND)’: 1500 tot 2300 mg
  • De ‘American Diabetes Association (ADA)’: 1500 tot 2300 mg
  • De Wereldgezondheidsorganisatie WHO: maximum 2000 mg (volwassenen)
  • De Hoge Gezondheidsraad van België maximum 2000 mg
  • De Nederlandse Gezondheidsraad: maximum 2400 mg

Ter informatie: als men dit wil omrekenen naar keukenzout, moet men alle natriumwaarden vermenigvuldigen met een factor 2.5. Dus voor België is de aanbeveling om niet meer dan: 2000 x 2.5 = 5000 mg of 5 gram zout te eten per dag.

De WHO beschouwt zoutreductie als één van de drie topprioriteiten voor het verminderen van het aantal cardiovasculaire aandoeningen. Op het recent gehouden World Health Assembly werd unaniem overeengekomen om de zoutconsumptie wereldwijd met 30% te verminderen met als doel om tot een zoutconsumptie van 5 g/dag te komen tegen 2025.

De reële wereldwijde consumptie van zout is bekend: 46 % van de mensen verbruikt dagelijks 10 tot 12g zout, 23% verbruikt meer dan 12,5 g en 10,6% heeft een dagelijks verbruik dat onder 7,5g ligt. Bijna niemand volgt met andere woorden de aanbevelingen van de WHO van maximum 5 gram zout per dag. Rekening houdend met het feit dat de Belg tegenwoordig ongeveer 10.5 gram zout eet per dag, moeten we tot de conclusie komen dat we teveel zout eten en dat we dus dringend hieraan iets moeten doen. Ja, toch? Het verhaal is genuanceerder dan dat. Hedendaags onderzoek toont aan dat zoutbeperking wel degelijk zinvol is voor een aantal mensen of doelgroepen, maar niet voor iedereen. Sterker nog, te weinig zout eten zou voor sommigen zelfs schadelijk zijn en de sterftekans verhogen. Laten we eens kijken wat de negatieve effecten zijn van zout in ons lichaam bij een te hoge opname.

Wat zijn de negatieve effecten van zout?

De westerse bevolking consumeert gemiddeld 9 tot 10 gram zout per dag. Ongeveer 75% van het zout dat de consument inneemt is afkomstig uit voorverpakte en bereide producten, 15% wordt tijdens het koken toegevoegd aan het eten, en slechts 10% komt van onbewerkte, natuurlijke producten. Er is een algemene tendens voor een graduele vermindering van de hoeveelheid zout naar 5 à 6 gram per dag (of 2000 à 2400 mg natrium).

Zout en bloeddruk.

Zout wordt vaak in verband gebracht met het ontstaan van hoge bloeddruk of hypertensie. In de behandeling van deze kwaal staat een zoutarm dieet dikwijls centraal. Het verband tussen zoutgebruik en hypertensie blijkt evenwel minder evident dan algemeen gedacht, en wellicht zijn andere dieetmaatregelen dan zoutbeperking belangrijker om de hoge bloeddruk te verhelpen.

Ook werd vastgesteld dat mensen die aan hypertensie lijden, doorgaans gevoeliger zijn voor zoutinname dan personen met een normale bloeddruk en dat oudere hypertensiepatiënten gevoeliger zijn voor een bloeddrukstijging ten gevolge van zoutinname dan jongere patiënten. Verder onderzoek heeft uitgewezen dat bij het overgrote deel van de bevolking zoutgebruik niét de oorzaak is van hypertensie. Slechts 10 à 20 % van de mensen zouden wél gevoelig zijn voor zout. Zij kunnen dus door een te hoge zoutinname hypertensie ontwikkelen. Deze zoutgevoeligheid zou genetisch bepaald zijn.
Bij mensen die aan hypertensie lijden, is de beperking van de zoutinname meestal wel een zinvolle dieetmaatregel. Bij ongeveer de helft van de hypertensiepatiënten zal een verminderde zoutinname leiden tot een daling van de bloeddruk. Algemeen kan men stellen: hoe hoger de bloeddruk, hoe groter het effect van een zoutbeperking.
Bij de interpretatie van al deze studies moet men evenwel rekening houden met het feit dat een lagere zoutconsumptie vaak samengaat met andere wijzigingen in de eet- en leefgewoonten. Zoutconsumptie is niet de eerste risicofactor in het ontstaan van hypertensie. Er zijn nog andere belangrijke factoren zoals: overgewicht, meer bepaald obesitas, overmatig alcoholgebruik, een tekort aan de mineralen kalium, calcium en magnesium, een hoog cholesterolgehalte, een gebrek aan beweging en roken. Er zijn gelukkig ook doeltreffende geneesmiddelen op de markt om een te hoge bloeddruk te doen dalen.

Zout en hart- en vaatziekten.

Voor België geldt dat een vermindering van de zoutopname met 25 tot 35% het aantal hart- en vaatziekten jaarlijks met 25 tot 30% zou doen dalen, en de sterfte als gevolg hiervan met ongeveer 20%.  Het zijn vooral hart- en vaatpatiënten die hun zoutinname in de gaten moeten houden. Zij moeten zich absoluut aan de gekende richtlijnen houden en hun zoutgebruik beperken.

Maar de vraag is: moeten niet-risicopatiënten even voorzichtig omspringen met zout? Recent onderzoek van de KU Leuven bewijst van niet.

Professor Jan Staessen, hoogleraar en afdelingshoofd van de Divisie Hypertensie en Cardiovasculaire Revalidatie van de KU-Leuven, heeft met zijn team het zoutgebruik én de gezondheidstoestand van 3.700 Europeanen op de voet gevolgd. De vorsers gingen daarbij niet over één nacht ijs. In ons land loopt het onderzoek al sinds 1985 en in 1998 werd het uitgebreid naar vier andere Europese landen. Wat bleek na al die jaren onderzoek?

De proefpersonen die het meeste zout gebruikten, liepen met 1% het minste risico om aan een hart- of vaatziekte te sterven. Maar zij die het zuinigst met het zoutvaatje omsprongen, hadden verrassend genoeg 4% kans om door zo'n kwaal geveld te worden. Dus, hoe minder zout hoe slechter. De onderzoekers vonden meer hart- en vaatziekten bij mensen die weinig zout eten (minder dan 6 gram per dag) en bij mensen die veel zout eten (meer dan 14 gram per dag), maar niet bij mensen met een gemiddelde zoutconsumptie (8 tot 10 gram per dag). Bovendien stelden ze vast dat te weinig zout eten het risico op hart- en vaatziekten bij iedereen verhoogde, terwijl te veel zout eten enkel nadelig is voor mensen met een hoge bloeddruk.

In België ligt momenteel de gemiddelde zoutconsumptie 10,5 gram per dag, wat dus niet te weinig is, en volgens dit onderzoek de kans op hart- en vaatziekten niet doet toenemen. Anders gezegd: mensen met een normale bloeddruk hoeven dus waarschijnlijk niet zoutarm te eten. Volgens de huidige voedingsaanbevelingen van de Belgische Hoge Gezondheidsraad eten we best allemaal niet meer dan 5 gram zout per dag, maar deze studie trekt dit advies nu in twijfel voor mensen met een normale bloeddruk.

Osteoporose.

Een hoge zoutinname heeft een nadelig effect op botontkalking bij vrouwen. Het zorgt ervoor dat men meer calcium via de urine verliest wat de botten niet ten goede komt. Maar, voor alle duidelijkheid, daarvoor moet men echt dagelijks al veel zout eten en bovendien hangt dit ook af van de hoeveelheid kalium en calcium die dagelijks wordt geconsumeerd.

Zout en maagkanker.

Een te hoge zoutopname heeft een verhoogde kans op maagkanker voor gevolg. Dat werd aangetoond in Japans onderzoek uit 2004. Onderzoekers van het Japans “National Cancer Centre Research Institute” volgden de eetgewoonten van 40000 Japanners van middelbare leeftijd (40-59jaar) gedurende 11 jaar. Personen die veel zout aten (méér dan 10 gram per dag) hadden een dubbel zo hoog risico op maagkanker dan personen met een laag verbruik (minder dan 5 gram/dag). De reden is dat het agressieve zout de maagwand aantast en leidt tot een aandoening met de naam, atrofische gastritis. Atrofische gastritis is een voorloper van maagkanker. Het darmepitheel wordt aangetast – er ontstaan werkelijk groeven in de maagwand – waarin zich een bacterie kan nestelen de Helicobacter pylori. In eerste instantie veroorzaakt deze kiem maagzweren, doch de aangetaste plekken in de maag kunnen ook evolueren naar maagkanker.

Kan men ook te weinig zout eten?

Jawel. Er zijn goede redenen om voldoende zout te blijven eten. Verschillende recente onderzoeken tonen dit aan en zetten zowat de medische wereld op zijn kop. Ook Belgische onderzoekers laten zich niet onbetuigd in dit debat.

Mensen met een tekort aan natrium (zout) vertonen een aantal symptomen die ook typisch zijn voor uitdroging: diarree, overgeven, hoofdpijn, zwakheid, lage bloeddruk, lethargie, gewichtsverlies, verwardheid, duizeligheid en spierirritatie. Te weinig zout eten verhoogt de kans op insulineresistentie en diabetes type 2. Dit is vooral belangrijk voor mensen die dagelijks te weinig koolhydraten eten of die sterk aan het diëten zijn en een koolhydraatarme voeding volgen.

Te veel zout eten is ongezond, maar blijkbaar te weinig ook. Dat is de conclusie die wetenschappers trekken uit een groot onderzoek uit Canada. 

De resultaten zijn verrassend: in tegenstelling tot het populaire geloof dat een laag-zout dieet altijd het risico op hart- en vaatziekten en beroerte vermindert kan het eerder het risico op deze aandoeningen verhogen. Het hangt ervan af. De studie suggereert dat de enige mensen die zich zorgen moeten maken over zout diegenen zijn met een hoge bloeddruk en die nog altijd te veel zout eten.

Uit het onderzoek blijkt dat proefpersonen met een hoge bloeddruk zowel met te veel natrium in de urine (meer dan 7 gram per dag) als met te weinig natrium (minder dan 3 gram per dag) een verhoogd risico hebben om hart- en vaatziektes te ontwikkelen of vroegtijdig te sterven. Enkel deze groep moet volgens de vorsers hun zoutinname beperken tot een marge van 4 à 5 gram natrium per dag, wat overeenkomt met 10 à 12.5 gram zout per dag. De onderzoekers waarschuwen ook mensen met een normale bloeddruk voor de gevaren van te weinig zout in de voeding. Voor hen stijgt dan het risico op hart- en vaatziekten. Voor beide groepen mensen, deze mét en deze zonder hoge bloeddruk, is het volgens deze onderzoekers niet verstandig om de natriumopname te doen dalen onder 3 gram natrium of 7.5 gram keukenzout per dag.

Hoe ons zoutgebruik beperken?

Wanneer men teveel zout eet of vooral wanneer de arts voorschrijft om minder zout te eten, moet men vooral goed opletten voor het zout dat zich in bewerkte producten bevindt. Kijk dus altijd naar het etiket: een fabrikant is verplicht om de hoeveelheid zout te vermelden. Fabrikanten gebruiken veel zout en niet altijd om technologische redenen maar omdat ze weten dat mensen dit graag eten. Door het veelvuldig gebruik van bewerkte producten kan de zoutopname behoorlijk oplopen, zonder dat men dit zelf beseft. Zout wordt dikwijls toegevoegd aan kant-en-klare gerechten, soepen, oplossoepen en hartige snackproducten. Bijna alle groenteconserven, bouillonblokjes, gerookte en bereide vlees- en viswaren, mayonaise en andere sauzen, brood en gebak, boter en melkproducten, enz. bevatten vrij grote hoeveelheden zout. En dan praten we nog niet over gezouten koekjes en aperitiefhapjes. Eet hier dus minder van en wil men toch een aangename smaak, maak dan veel gebruik van kruiden en specerijen. De ‘zoutsmaak’ wordt dan snel vergeten. Zelf ergens zout aan toevoegen is meestal niet nodig, gezien de alomtegenwoordigheid van zout in de voeding. Doet u dit toch, denk eraan dat 1 afgestreken koffielepel ongeveer 5 gram fijn keukenzout bevat. En hoeveel een ‘snufje’ zout is moet je maar zelf eens uitproberen.

Wat te doen bij een zouttekort?

 

Een tijdelijk zouttekort is zeer eenvoudig op te lossen door zoutrijke voeding te gebruiken ofwel het zoutpotje eventjes boven te halen. Het effect is bijna onmiddellijk te voelen en men knapt al snel op wanneer men zich wat zwak of zweverig voelt door zouttekort. Het is evenwel belangrijk op te merken dat de zoutbalans kan verstoord worden door te veel of te weinig zout te eten maar ook door te weinig te drinken. Dit leidt immers tot uitdroging of dehydratatie. Ook te veel water drinken kan voor problemen zorgen: dan is er te weinig natrium per volume-eenheid bloed en dit leidt tot een (gevaarlijke) situatie die men hyponatriëmie noemt. Dit komt af en toe voor bij mensen die willen vermageren, veel water drinken op korte tijd maar vergeten om voldoende zout (en andere elektrolyten) op te nemen. Een hyponatriëmie kan ontstaan door een tekort aan natrium of een teveel aan water. De symptomen zijn niet min: misselijkheid, algemene malaise, hoofdpijn, verwardheid, gedragsverandering, coma.

Twijfelt men of men een tekort aan natrium of aan vocht heeft, raadpleeg altijd een arts.

Algemene conclusies en aanbevelingen:

  1. Natrium (zout) is een levensnoodzakelijk element en onmisbaar in een gezonde voeding.
  2. De recente versie (2015) van de Amerikaanse “Dietary Guidelines for Americans” stelt nog altijd een maximumopname van 2300 mg natrium per dag voor. Dit komt overeen met 5.75 gram keukenzout. Vele internationale instellingen volgen deze aanbeveling en stellen dat 5 à 6 gram zout per dag voldoende is. Dit zou vooral belangrijk zijn om de bloeddruk te verlagen en het risico voor hart- en vaatziekten en beroertes te verminderen.
  3. Uit recent onderzoek blijkt evenwel dat dit enkel geldt voor “zoutgevoelige” mensen en voor mensen die aan secundaire preventie dienen te doen t.t.z. mensen die reeds met hartproblemen geconfronteerd zijn geweest. Zelfs de Belgische Hoge Gezondheidsraad stelt: “Het enige duidelijk vaststaande risico in geval van overmatig zoutverbruik is een ontwikkeling van verhoogde bloeddruk maar dit fenomeen treedt alleen op bij “zoutgevoelige” mensen met een beperkte niercapaciteit om de natriumoverbelasting te elimineren”. Desalniettemin raadt de Hoge Gezondheidsraad aan om de zoutopname te beperken tot 6 gram per dag voor de ganse bevolking – een soort van beschermende algemene preventieve maatregel.
  4. Er bestaat een J-vormig verband tussen de uitscheiding van natrium via de urine en het risico op hartfalen. Men kan dus te veel zout eten maar ook te weinig. Het risico is het kleinst met een natriuminname tussen 3 à 5 gram per dag, wat neerkomt op een zoutopname van 7.5 à 12.5 gram. Het risico verhoogt bij een natriumopname van minder dan 3 gram per dag of meer dan 5 gram per dag. Verschillende auteurs merken op dat een zoutopname van minder dan 7.5 gram per dag weliswaar de bloeddruk nog verder doet dalen maar dat dit de concentratie van bepaalde enzymen en hormonen doet stijgen wat paradoxaal gezien het gunstig effect van een bloeddrukdaling te niet doet.
  5. Mensen met een verhoogde bloeddruk doen er goed aan hun zoutgebruik te verminderen, maar ze gaan daar beter niet te ver in, stellen onderzoekers. Te weinig zout (minder dan 5 gram per dag) is volgens nieuw onderzoek ook niet goed voor het hart. Of je nu een normale bloeddruk hebt of een verhoogde bloeddruk, te weinig zout zou het risico op hart- en vaatziekten verhogen. Zoutarm eten is dus niet nodig.
  6. Moeten we nu naar eigen believen opnieuw het zoutpotje bovenhalen? Neen, maar het kan wel zolang men maar niet overdrijft. Mensen met een normale bloeddruk en zonder voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten en beroertes kunnen gerust tussen 7.5 à 12.5 gram zout eten per dag. Momenteel eet de Belg gemiddeld 10.5 gram per dag. Dat ligt dus binnen de veilige marge. 
  7. Naast de opname van natrium (zout) dient men ook aandacht te besteden aan de opname van het element kalium. Beide dienen in even grote hoeveelheden te worden opgenomen uit de voeding. Voldoende kalium vermindert de negatieve effecten van natrium. Kalium zit vooral in groenten, fruit, noten en aardappelen.
  8. Mensen die te weinig koolhydraten eten – eventueel in het kader van een dieet – doen er goed aan om op hun zoutconsumptie te letten. In de regel moeten ze dan meer zout eten. Ook mensen die sporten, zware fysieke arbeid verrichten en/of sterk zweten hebben meer zout nodig.
  9. Het is een mythe te denken dat bepaalde zoutsoorten zoals zeezout, Himalayazout of andere commerciële zoutsoorten beter zijn dan gewoon keukenzout. De sporenelementen die ze bevatten dragen nauwelijks iets bij tot onze dagelijkse behoeften. Zout is zout.
  10. Als uw dokter beslist dat u de zoutconsumptie moet beperken, dan moet u deze raad altijd volgen. Er kunnen redenen zijn zoals erfelijkheid, voorgeschiedenis, fysieke toestand (overgewicht), ziekten (diarree, braken, …), gebrek aan beweging, bepaalde medicatie die u moet nemen, … die deze beslissing ten volle verantwoorden.

Keer terug naar Onze domeinen.             

 
Domein: 
Gezondheid en voeding
Auteur: 
Dr. Ir. Eric DE MAERTELEIRE
Uitgave PLU.IM Magazine: 
September 2016