Kinderen en grootouders. - Grootouders en kinderen.

Alex VAN HECKE 

Het is duidelijk dat grootouders een belangrijke rol spelen in het leven van de kleinkinderen. Maar ook wederzijds hebben grootouders doorgaans het verlangen betrokken te worden bij het dagelijkse leven van hun kleinkind of willen ze op hun minst de kans om hun opgroeide kleinkind te kunnen volgen.

Deze relatie kan omschreven worden binnen de bandbreedte: de grootouder als speelkameraad over de grootouder die op het zieke kleinkind past tot de grootouder die actief en intensief betrokken is bij de dagelijkse opvoeding van het kind of zelfs de eerste opvoeder wordt.

Het wederzijds karakter van de relatie kind-grootouder heeft een specifiek kenmerk. Een kind interageert doorgaans rechtstreeks naar zijn grootouder. Het uit zijn wensen, verlangens en gevoelens naar zijn grootouder meestal onbevangen, zonder invloed van buitenaf, zonder druk van de ouders. De grootouder daarentegen interageert naar zijn ’kleinkind’, wat betekent dat altijd het niveau van de ouder aanwezig blijft. De grootouder zal zich dus bij elke actie naar het kleinkind, misschien niet altijd bewust, afvragen, is dit wel ok voor de ouders – is het wel het goede antwoord op de vraag van het kind, mag ik het een snoepje  geven,…  De relatie kind-grootouders heeft een ander karakter naargelang deze geanalyseerd wordt vanuit het perspectief van kind of vanuit het perspectief van de grootouder. Dit kenmerk zorgt op zich reeds voor een spanning maar kan ook leiden tot spanningen tussen ouders en grootouders. Binnen de dagelijkse communicatie tussen ouders en grootouders blijken deze spanningen gelukkig zelden onoplosbaar.

Maar soms zijn er wel problemen.

KASTEELMOORD.

Terwijl u dit leest is het proces in de kasteelmoord aan de gang. Eind januari zal de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling beslist hebben of het een assisenproces wordt.  Aan de basis van dit drama ligt blijkbaar een ernstig meningsverschil tussen grootvader en zijn schoonzoon, vader van de kinderen, rond het verblijf van de kinderen en de omgang van vader met de kinderen. Dit pijnlijk verhaal zal ongetwijfeld nog ruim aan bod komen binnen de media, naar aanleiding van het  proces, we gaan daar niet verder op in. Maar dit drama, deze totaal uit de hand gelopen situatie, illustreert wel, in zijn uiterst negatieve consequentie, waartoe conflicten met betrekking tot kinderen, tussen opvoedingsfiguren kunnen leiden. Gelukkig worden meningsverschillen tussen grootouders en ouders in het dagelijkse leven doorgaans zonder problemen bijgelegd.

ONDERZOEK.

Demografische ontwikkelingen hebben een impact op de relaties kinderen-grootouders. Zo betekent ook de verhoging van de pensioenleeftijd dat een aantal grootouders niet meer ter beschikking zijn om kinderen overdag op te vangen.  Zo kunnen nieuw samengestelde gezinnen ook een andere en ruimere betekenis geven aan het begrip grootouder.

Ondanks het inzicht in het belang van de grootouderlijke bijdrage in het ontwikkelingsproces van de kinderen, ondanks ook het inzicht in de effecten van de demografische evolutie, bestaat er blijkbaar in verband met het thema  ‘relatie kind-grootouders’ niet zoveel wetenschappelijk onderzoek.

Onderzoek van de universiteit van Hasselt wees er op dat voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar voor 47% beroep gedaan wordt op de grootouders voor de naschoolse opvang, voor de woensdagnamiddag loopt dit op tot 65%.

Ook de Gezinsbond bracht het thema aan bod in 2016, aan de hand van twee belevingsonderzoeken. .

  • In een digitale enquête werden 1783 grootouders bevraagd. De vragen hadden ondermeer betrekking op de rol die ze spelen in het leven van hun kleinkinderen en de betekenis daarvan in hun leven.
    Een algemene conclusie was dat het goed gaat tussen grootouders en kleinkinderen. 95% gaf aan een goede band te hebben met de kleinkinderen en wees erop vaak hun kleinkinderen te zien.
    Grootouders geven hun kinderen bijstand in de combinatie werk-gezin. Ze vangen hun kleinkinderen op tijdens werkuren van de ouders, tijdens de schoolvakantie, bij ziekte,… Opvallend daarbij is dat grootouders dit in de eerste plaats doen omdat ze hun kleinkinderen graag zien en niet vanuit de praktische noodzaak. Praktische overwegingen zijn er natuurlijk ook wel en willen ze hun kinderen bijstaan, of blijkt de professionele opvang te duur,..
    Anderzijds bracht de enquête ook aan dat 1/5 van de grootouders betreurden dat ze hun kleinkinderen te weinig zagen. Oorzaken daarvan zijn: de afstand tot de woonplaats van de kinderen is te groot, ze hebben onvoldoende  mogelijkheden omdat ze zelf nog aan het werk zijn of gezondheidsproblemen kennen en verder het effect van een scheiding van de ouders. Van 1/5 van de bevraagde grootouders waren de ouders van het kleinkind gescheiden.  Opvallend evenwel is dat de meeste van hen sinds de scheiding meer contact hebben met hun kleinkind. Bij grootouders bestaat dikwijls de vrees dat door een scheiding van hun kinderen, ze hun kleinkinderen minder zullen te zien krijgen. 32%  uit deze bevraging klaagde er wel over minder hun kleinkinderen te zien na de scheiding van de ouders.
  • De gezinsbond richtte ook een onderzoeksvraag rond het thema ‘relatie kind-grootouder’ aan ‘Kind en Samenleving’ (Het expertisecentrum Kind en Samenleving doet belevingsonderzoek over en met kinderen en jongeren.)

 Binnen dit onderzoek werden  gesprekken gevoerd  in 5 kleuterklasjes (onder andere in Gent en Nazareth)  met 5-jarige kleuters. Er werd ondermeer gepeild naar het beeld dat de kinderen hadden over hun grootouders, wat voor hen de grootouders bijzonder maakte.
Ook de kleuters bleken  goede relaties te ervaren met hun grootouders. Duidelijk bleek dat de tijd die ze samen met hun grootouders doorbrachten als kwaliteitsvol ervaren werd. Niet te verwonderen: de kleuters staken vooral hun appreciatie, voor voeding en snoep en voor de spelletjes die ze met hun grootouders konden spelen, niet onder stoelen of banken.

De volledige resultaten van de beide belevingsonderzoeken zijn terug te vinden in de E-dossiers:

De grote grootouderbevraging  en grootouders uit de duizend.

https://gezinsbond.be/Publicaties/Andere/focus/Paginas/Grootouders-en-kleinkinderen.aspx

SOMS GAAT HET MINDER GOED.

Met de kasteelmoord als extreem voorbeeld illustreerden we hoe scheef het kan lopen tussen ouders en grootouders rond de situatie van kleinkinderen.

Een scheiding hoeft ook geen vechtscheiding te zijn om toch bij grootouders onrust te veroorzaken over het verdere verloop -  hoe gaan we verder met onze kleinkinderen kunnen omgaan na de scheiding van de ouders?

Een zekere handleiding in die omstandigheden biedt de brochure van de gezinsbond  ‘Uit elkaar voor grootouders’. Het boekje is bedoeld voor grootouders wiens kleinkinderen een scheiding meemaken.

 https://gezinsbond.be/Publicaties/Andere/Paginas/Uit-elkaar---voor-grootouders-.aspx

 

Ook al is er van een scheiding tussen de ouders geen sprake, kunnen er conflicten zijn tussen ouders en grootouders met betrekking tot de omgang met de kleinkinderen. Conflicten die kunnen leiden tot een beperking van de relatie van de grootouders tot hun kleinkind of in het voor hen pijnlijkste geval tot een ontzegging van alle contact.

Grootouders hebben het recht hun kleinkind te zien.

‘De grootouders hebben het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Datzelfde recht kan aan ieder ander persoon worden toegekend, indien hij aantoont dat hij met het kind een bijzondere affectieve band heeft.
 Bij gebreke van een overeenkomst tussen de partijen, wordt over de uitoefening van dat recht in het belang van het kind op verzoek van de partijen of van de procureur des Konings beslist door de  familierechtbank.’

(Artikel 375bis uit ons Burgerlijk Wetboek.)

Het begrip ‘grootouder’ moet dus ruim gezien worden. Er moet dus geen wettelijke of biologische afstamming vast staan opdat een persoon omgangsrecht zou kunnen krijgen met een kind. Indien er geen wettelijke afstamming vaststaat dient de ‘grootouder’ aan te tonen een bijzondere affectieve band met het kind te hebben.

Het is de familierechter die, wanneer ouders en grootouders niet tot een akkoord kunnen komen, een omgangsrecht kan bepalen. De familierechter kan zich  bij de beoordeling alleen laten leiden door het belang van het kind.

Het hoeft natuurlijk niet altijd zo’n vaart te lopen. Wellicht verkiest ieder om gerechtelijke procedures te vermijden.

Bij onenigheden tussen ouders en grootouders, grote discussies en spanningen die zouden leiden tot een beperking van de relatie van grootouder-kind, kan er beroep gedaan worden op een bemiddelaar.

Bemiddelaars in familiezaken hebben een welzijnswerk en/of juridische opleiding genoten.

De bedoeling van bemiddeling is dat de betrokkenen zelf tot een oplossingsmodel komen voor hun onderling conflict en hun communicatie herstellen. De bemiddelaar steunt hen daarbij, geeft hen inzichten.

De Federale bemiddelingscommissie (Ministerie van Justitie) werkt regelmatig de lijst van erkende bemiddelaars bij.

http://www.fbc-cfm.be/nl/inhoud/lijst-erkende-bemiddelaars

In eerste instantie kunnen grootouders zich ook richten tot een centrum algemeen welzijn (CAW).

Het CAW biedt gratis hulp bij psychosociale noden.

Ook binnen het CAW werken erkende bemiddelaars in familiezaken.

http://www.cawoostvlaanderen.be/begeleiding-persoonlijk-gezin-relatie

Alex VAN HECKE

 

Keer terug naar Onze domeinen.             

Domein: 
Individueel welzijn en zingeving
Auteur: 
Alex VAN HECKE
Uitgave PLU.IM Magazine: 
Maart 2017