Waarom zijn interestvoeten zo extreem laag, en hoe lang gaat dit nog duren?

Prof. Dr. Gert PEERSMAN (Faculteit economie, UG)

   De rentevoeten zijn vandaag inderdaad laag, maar historisch gezien is dit niet zo uitzonderlijk. Waar we naar moeten kijken, en wat van belang is voor de spaarder, is het verschil tussen de rente en inflatie. Hoe hoger de rente, hoe meer extra koopkracht dat spaargeld oplevert. Hoe hoger de inflatie (stijging van de prijzen), hoe meer de spaarpot daarentegen aan koopkracht moet inboeten. Vandaag zijn de rentevoeten zeer laag, maar er is ook weinig inflatie (zie fig. 1). Tijdens de jaren zeventig waren de rentevoeten bijvoorbeeld veel hoger, maar was de inflatie gemiddeld nóg hoger, waardoor spaarders uiteindelijk slechter af waren. Ook tijdens de jaren veertig en vijftig was de rente nauwelijks hoger dan vandaag, en alleszins lager dan de toenmalige inflatie.

 

Fig. 1 Intrestvoet (blauw) en inflatie (rood).

 

De interessantste periode voor spaarders waren de jaren tachtig. Die gingen gepaard met weinig inflatie. Sindsdien is de rente aan een neerwaartse beweging begonnen tot het lage niveau dat we vandaag kennen. Velen verwijten de Europese Centrale Bank (ECB) dat ze met een extreem soepel geldbeleid de rentevoeten zo laag houden, doch dit is een overschatting van de mogelijkheden van de ECB. De ECB kan slechts in beperkte mate en hooguit tijdelijk de rente kunstmatig laag houden.

Uiteindelijk wordt de rente bepaald door vraag en aanbod van spaargeld, en daar knelt het schoentje. Vandaag is het aanbod van spaargeld immers groter dan de vraag naar spaargeld om te lenen. We vinden het vanzelfsprekend dat we rente krijgen op ons spaargeld, maar op zich is daar geen reden toe. Om het cru te stellen: waarom zouden spaarders een vergoeding moeten krijgen voor geld dat ze zelf niet willen besteden, dat niemand wil lenen en dat anderen moeten bijhouden? En wie zou die rente dan moeten betalen?

De belangrijkste oorzaak van de dalende rente sinds de jaren tachtig en het overaanbod van spaargeld is de vergrijzing. Uit studies blijkt dat de toegenomen levensverwachting tijdens de voorbije decennia alleen al heeft geleid tot een cumulatieve stijging van het spaarvolume met 100 procent van het BBP omdat we daardoor meer moeten opzij zetten voor onze oude dag. Door de demografie zitten er vandaag bovendien disproportioneel veel gezinnen in de spaarfase van hun leven, terwijl er alsnog te weinig gepensioneerden zijn die hun spaarreserves afbouwen om te consumeren. Een andere reden is de toegenomen ongelijkheid. Een alsmaar groeiende groep mensen verdient namelijk zodanig veel dat ze automatisch sparen.

 

Fig. 2 De reële intrestvoet.

Voor deze massa spaargeld zijn er dan weer onvoldoende bestemmingen. Vroeger hadden bedrijven veel middelen nodig om fabrieksgebouwen en installaties te bouwen. Vandaag heb je bij wijze van spreken aan een laptop voldoende om bedrijfsactiviteiten te ontwikkelen en de hele wereld te bereiken. Sinds de crisis zijn veel gezinnen voorzichtiger geworden om te lenen, terwijl overheden hun begrotingstekorten en schulden proberen af te bouwen waardoor ook zij jaarlijks minder nieuwe leningen aangaan.

Er kunnen zich altijd onverwachte economische of politieke schokken voordoen waardoor de rente plots opveert, maar het ziet er niet naar uit dat deze fundamentele tendensen de eerstvolgende jaren zullen veranderen of omkeren. Aangezien het heetst van de crisis voorbij is, zal de rente wel een beetje toenemen, maar veel zal dat niet zijn. Als je spaargeld toch niets opbrengt (zelfs negatieve reële rente, dus uitgekeerde rente verminderd met de inflatie; zie fig.2) kun je het misschien beter gebruiken om je woning te verbouwen of die droomreis te maken…

Keer terug naar Onze domeinen.             

Domein: 
Sparen en beleggen
Auteur: 
Prof. Dr. Gert PEERSMAN
Uitgave PLU.IM Magazine: 
September 2017