Het nieuwe erfrecht in perspectief.

 

Alexander COLAERT / Atrium juristen

Het huidig erfrecht dateert grotendeels van 1804 en bevat een aantal regels die onder andere zeer vervelend zijn met het oog op de regeling van de opvolging in het familiebedrijf. Minister van justitie Koen Geens heeft er een actiepunt van gemaakt om het erfrecht in België te hervormen. Daartoe werd op 25 januari van dit jaar een wetsvoorstel ingediend door de partijen CD&V, NVA, Open VLD en MR.

Met de voorgestelde wetswijziging wil de wetgever onder meer de vrijheid vergroten voor een erflater om bij wijze van schenking of legaat over zijn vermogen te beschikken, enerzijds door de reserve van zijn kinderen vast te klikken op de helft van de zogenaamde fictieve massa, en dit ongeacht het aantal kinderen, en anderzijds door het thans geldende verbod om overeenkomsten te sluiten over een nog niet opengevallen nalatenschap af te zwakken. Hierna volgt enige praktische toelichting bij de krijtlijnen van het ingediende wetsvoorstel.

 

  1. Beperking van de wettelijke reserve

Een belangrijke regel in het erfrecht van 1804 is gelijkberechtiging van de kinderen. De gelijkberechtiging is geen sinecure, vooral wanneer het familiebedrijf het leeuwenaandeel van het vermogen van de ondernemer vormt.

De idee van de gelijkberechtiging komt tot uiting in het principe van de reserve. De reserve kan worden omschreven als het deel van de nalatenschap waarover de overdrager niet vrij kan beschikken via schenking of testament ten nadele van de reservataire erfgenamen. Dat zijn in hoofdzaak de kinderen en de langstlevende echtgenoot. De reserve of het voorbehouden deel is dus het deel van de nalatenschap dat zeker aan hen moet toekomen.

Het beschikbare deel is het deel van de nalatenschap, waarover de ondernemer wel vrij kan beschikken.

De omvang van de reserve en het beschikbare deel hangen af van het aantal kinderen:

 

AANTAL KINDEREN

RESERVE

BESCHIKBAAR DEEL

Een kind

1/2

1/2

Twee kinderen

2/3

1/3

Drie kinderen

3/4

1/4

Vier kinderen of meer

3/4

1/4

 

Of de reserve al dan niet door schenkingen is overschreden, wordt gecontroleerd op het ogenblik van het overlijden van de ondernemer. Op dat ogenblik dient er een zogenaamde fictieve massa gevormd te worden.Dat houdt in dat het vermogen van de ondernemer fictief hersamengesteld wordt alsof er tijdens zijn leven geen schenkingen gebeurd zijn.

Problematisch daarbij is dat voor de hersamenstelling van het vermogen de schenkingen die tijdens het leven werden gedaan, gewaardeerd worden aan hun waarde op het ogenblik van het overlijden. De nieuwe wetswijziging lijkt hiermee komaf te zullen maken waardoor bij hersamenstelling gekeken wordt naar de waarde van de geschonken goederen op het ogenblik van de schenking, wat voor de begunstigde toch al wat meer zekerheid biedt.

Reservataire erfgenamen kunnen thans tot 30 jaar na het overlijden van de schenker beslissen om een vordering tot  inkorting in te stellen voor schenkingen gedaan met schending hun reservataire aanspraken. Aan de onzekerheid in het rechtsverkeer die hierdoor ontstaat, tracht de wetgever  te verhelpen door de inkortingsmogelijkheden te beperken in de tijd, meer bepaald tot bij het afsluiten van de vereffening en verdeling, dan wel tot 5 jaar na aanmaning daartoe door de begunstigde derde.

Indien bij de hersamenstelling van het vermogen blijkt dat de reserve aangetast werd, kunnen de erfgenamen de inkorting vorderen. De inkorting is de techniek die erin bestaat dat de schenkingen die het beschikbare deel overschrijden, moeten worden teruggegeven. Die teruggave dient in beginsel in natura te gebeuren. Begrijpelijkerwijs is de reserve dan ook een rem op veel successieplannen en diende men zich te beroepen op tal van ingewikkelde technieken.

Eén der hoekstenen van de hervorming bestaat erin dat de wettelijke reserve herleid wordt tot de helft, ongeacht het aantal kinderen. Dit heeft tot gevolg dat de overdrager over veel meer flexibiliteit zal beschikken om de opvolging te regelen. De helft van de nalatenschap kan immers aangewend worden om regelingen te voordele van de opvolger uit te werken. 

        2. Een generatie overslaan

Het is thans vaak zo dat wanneer men erft men reeds een zekere leeftijd heeft bereikt waarop men zelf reeds een vermogen heeft opgebouwd. De generatie die de inkomsten uit erfenissen nodig heeft om steeds duurder wordend onroerend goed te verwerven bleef in de kou staan. Men kon opteren om te schenken aan de kleinkinderen of deze te begunstigen bij testament (de zogenaamde “generation skipping”). Koos men voor deze opties, dan bleef het gevaar dat de schenkingen het reservatair overstegen en dat er inbreng en inkorting diende te volgen.

Met de wijziging van de regels inzake plaatsvervulling eind 2012 kwam de wetgever reeds gedeeltelijk tegemoet aan de maatschappelijke nood om aan generation skipping te kunnen doen. Het nieuwe erfrecht voegt daar nu met de nieuwe rechtsfiguur van de inbreng ten behoeve van een derde nog een luikje aan toe. Het wordt met name mogelijk voor een ouder om namens zijn kind dat een schenking ontving van zijn grootouder,  inbreng te doen in de nalatenschap van de betrokken schenker-grootouder, zodat het begiftigde kleinkind zijn schenking integraal kan behouden, zonder inbrengverplichting

         3. Erfovereenkomsten worden mogelijk … als iedereen overeenkomt

In het huidige recht is het verboden om overeenkomsten te sluiten over niet- opengevallen nalatenschappen. Zo kan een ondernemer met zijn kinderen geen overeenkomst maken over de waarde van de aandelen in het familiebedrijf die aan de opvolger worden geschonken.

Het wettelijk kader van de geplande wetswijziging voorziet de mogelijkheid tot het afsluiten van drie punctuele overeenkomsten en een globale  erfovereenkomst. Bij wijze van punctuele erfovereenkomst zal men in de toekomst onder meer een akkoord kunnen sluiten omtrent de waardering van de later bij het overlijden van de schenker in rekening te nemen schenkingen, en zal men mits instemming van de reservataire erfgenamen elke schenking tot een finale regeling kunnen maken, dewelke nooit nog voorwerp kan uitmaken van enige inbreng of inkorting. Ook de mogelijkheid tot het afsluiten van een globale erfovereenkomst is voorzien, maar het blijft de vraag hoe deze in de praktijk zal dienen te worden gerealiseerd. Volgens volksvertegenwoordiger Carina Van Cauter (open VLD), die samen met Minister Geens de hervorming van het erfrecht aanstuurde, moet de erfovereenkomst aan volgende voorwaarden voldoen:

  • Alle vermoedelijke erfgenamen in rechte neerdalende lijn moeten betrokken zijn.
  • De overeenkomst vereist dat er een gelijkheid of een evenwicht op het tijdstip van het afsluiten van de overeenkomst wordt bereikt tussen de vermoedelijke erfgenamen in rechte nederdalende lijn, met betrekking tot de giften en voordelen die zij genieten. Het betreft een subjectief evenwicht dat door de betrokken partij zelf wordt beoordeeld. Het evenwicht en de motivatie worden uitdrukkelijk in de overeenkomst beschreven.
  • De kinderen van de erflater kunnen erin toestemmen dat hun eigen kinderen worden begiftigd, in hun plaats.
  • De overeenkomst kan eveneens de stiefkinderen toebedelen. Het betreft kinderen van de echtgenoot of van de wettelijke samenwonende partner.
  • De toestemming van de partijen bij de overeenkomst houdt de verzaking aan de vordering tot inkorting in.
  • De echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de erflater kan deelnemen aan de overeenkomst: indien hij dat doet, heeft zijn handtekening dezelfde uitwerking als de hierboven omschreven.

De overeenkomst heeft geen gevolgen ten aanzien van de vermoedelijke erfgenamen in rechte nederdalende lijn die haar niet hebben ondertekend.

             Conlusie: planning wordt nog belangrijker

De hervorming van het erfrecht heeft tot gevolg dat het mogelijk zal zijn om een gesofisticeerde erfrechtelijke planning uit te werken zonder dat men schrik moet hebben dat er nadien onaangename verrassingen optreden. Atrium houdt de vinger aan de pols om, eens de wet er is, de nieuwe technieken in de praktijk uit te werken.

 

Keer terug naar Onze domeinen.             

Domein: 
Erfenissen en successie
Auteur: 
Alexander COLAERT
Uitgave PLU.IM Magazine: 
September 2017