Uw beleggingkeuze vandaag

Roland Counye

Of u nu beschikt over veel geld of weinig, steeds zal u een keuze moeten maken: wordt het een spaarrekening, een kasbon, een termijnrekening, of obligaties, aandelen, goud ...? En: kiest u voor een rechtstreekse belegging in aandelen en obligaties of opteert u voor sicavs ? Doet u mee aan pensioensparen ? Sluit u een levensverzekering af ? De mogelijkheden zijn quasi onbeperkt. Een handleiding opstellen die voor iedereen terzelfder tijd geldt, is onbegonnen werk: er zijn teveel speciale en subjectieve factoren die in ieders leven een doorslaggevende rol spelen en die ervoor zorgen dat wat voor de ene goed is voor de andere niet uitkomt.

En toch willen wij een aantal beleidsregels en strategieën uitwerken die voor een breed beleggerspubliek als leidraad kunnen dienen.

Verdicten

Verdict 1 : Lang als het kan, kort als het moet

Beleggingsvormen die de spaarders de mogelijkheid bieden om van de ene op de andere dag aan hun geld te geraken zonder één euro verlies te lijden, brengen minder op dan beleggingen op lange termijn. Een spaarboekje brengt dus minder op dan een staatsobligatie. Dit is logisch want de instelling aan wie u uw geld afstaat, kan langer vrij beschikken over uw geld en betaalt daarom iets meer.

Beleg daarom zo weinig mogelijk op korte termijn als u zeker bent dat u het geld niet nodig zult hebben. Maar opgepast: het is niet omdat u beschikt over een lange termijn om te beleggen dat u per se lange-termijninstrumenten zoals obligaties en aandelen gaat kiezen. Het is best mogelijk dat u toch beslist om op korte termijn te beleggen om de heel eenvoudige reden dat u denkt meer te zullen verdienen met korte-termijninstrumenten dan met lange. En dat is zeker het geval in periodes van sterk stijgende intrestvoeten. Op zo’n momenten doet u er dus goed aan “kort” te blijven, zelfs al beschikt u voor uw beleggingen over een zee van tijd.

Verdict 2 : Grotere sommen, hogere opbrengst 

Hoe groter het bedrag waarover u beschikt, hoe groter meestal de opbrengst. Ook dit is logisch: de bank heeft minder kosten met iemand die ineens € 250.000 belegt dan met duizend beleggingen van € 250. Als u alleen te weinig heeft om interessante beleggingen te verrichten, doe dan mee aan collectieve systemen, zoals gemeenschappelijke beleggingsfondsen of sicavs.

 
 

Verdict 3 : Risicoloos = met garantie van terugbetaling

Hoe gevaarlijker de beleggingsvorm - speculatief! - hoe groter de winst kan zijn, maar tevens hoe dieper de afgrond waarin u terecht kan komen. Als u geld geeft aan een firma die in uw achtertuin wil zoeken naar goud, dan is het voor u inderdaad bingo als men goud vindt, maar u bent alles kwijt als enkel mul zand opgegraven wordt.

Wie niet het risico kan of mag lopen om geld te verliezen, houdt beter zijn handen af van beleggingen zonder garantie van terugbetaling. De belegging in een aandeel van één onderneming is derhalve voor zo’n spaarder niet goed te praten. Evenmin is het aanvaardbaar dat hij speculeert op de vooruitgang van één enkele buitenlandse munt.

 
   

Verdict 4 : Klant is koning

Bankiers zijn ook maar mensen. Laat u gelden als trouwe klant. Leg u niet zo maar neer bij het aangekondigde tarief van een dienst, of bij de intrestvoet van een lening, of bij de opbrengst van een belegging.  De ervaring leert dat onderhandelen dikwijls loont. In periodes, zoals nu, waarin de opbrengsten aan de lage kant liggen, kunnen onderhandelingen over de kosten het meest renderen.

 
   

Verdict 5 : Spreiden ja; versnipperen neen

Hoe ruimer de waaier is van objecten waarin u belegt, hoe kleiner de kans dat alles slecht afloopt. Wie niet al zijn eieren in dezelfde mand legt, zal weliswaar slechts een “gemiddeld” rendement halen, dus lager dan wat maximaal mogelijk is, maar meteen verkleint ook de faalkans.

 
   

Verdict 6 : Beschouw een voorspelling eerder als een halve leugen dan de volle waarheid

De opbrengst van heel wat beleggingen hangt dikwijls af van onzekere evoluties in de toekomst. Niemand kan in een glazen bol kijken. Wie zegt dat hij de toekomst kan voorspellen, is een leugenaar. Geloof de voorspellers niet met hun goeroeachtige uitspraken. En toch moeten er voorspellingen gemaakt worden, zoniet zouden wij alleen maar zekere beleggingen kunnen aanraden, terwijl opnieuw de ervaring leert dat beleggingen met onzekere elementen meestal beter renderen. Maar wees voorzichtig. Economisten voorspellen niet omdat ze het weten, maar omdat men het hen vraagt. En onthou ook dit : wellicht lopen er in de wereld meer mensen rond die geld verdienen met te spreken over beleggingen dan met het beleggen zelf !

 
   

Verdict 7 : Wie niet waagt, niet wint

Wie niet in het water wil, kan nooit zwemmen. Of anders gezegd: om echt van bepaalde voordelen, rendementen, opportuniteiten, kansen, etc. te kunnen profiteren, moet men bepaalde risico’s durven nemen.

 
   

Verdict 8 : Wees dynamisch, niet onstandvastig

Beleggen is niet alleen een kunst, het is ook een bezigheid die een zekere dynamische aanpak vereist. De ons omringende economische wereld verandert snel, nieuwe groeipolen ontstaan, oude wingewesten verdwijnen. Wie mee wil, moet zich soepel opstellen en bijtijds het geweer van schouder kunnen verleggen. Maar een dynamische opstelling is daarom nog geen synoniem van onstandvastigheid. Wie bijvoorbeeld bij het uitstippelen van een beleggingsstrategie zich beleggingsprofiel 2 aanmeet (zie verder), moet niet plots na 2 maand het roer willen omgooien en de voordelen wensen van vastrentende beleggingen.

 
   

Verdict 9 : Op lange termijn scoren aandelen beter dan obligaties.  Maar : geen enkele beurswetenschap garandeert een “lucky shot”

Aandelen renderen op lange termijn beter dan obligaties. Als u dus maand na maand of jaar na jaar gedurende zeg maar 20 jaar in aandelen belegt (= portefeuillesamenstelling), zal u er beter aan toe zijn dan iemand die obligaties gekocht heeft.

     Maar, opgepast : geen enkele beurswetenschap garandeert een “lucky shot”. Geloof niet dat u gegarandeerd kan winnen op de beurs met een selectie van twee of drie aandelen. Misschien lukt het wel, maar dan hebt u gespeculeerd ... en geluk gehad. De wetenschap en onze ervaring laten echter wel toe om de winnende selectie van aandelen of sicavs aan te wijzen waarmee u beter zal doen dan het beursgemiddelde.

 
   

  Verdict 10 : Beursschommelingen niet vrezen, maar gebruiken

 Tenslotte zal het niemand ontgaan dat in de geschiedenis verschillende landen of continenten een ontwikkelingscyclus doormaken. Op het moment dat West-Europa zich in de 20ste eeuw - vóór en na W.O.II - sterk profileerde als een industriële grootmacht, sliep Z-O-Azië nog. Vandaag lopen de Aziaten ons voorbij (meer in het algemeen de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China)) - althans in hun economische groei - en laat de heropstanding van het avondland ietwat op zich wachten. Wie belegt in economische groei en dus aandelen koopt moet uitkijken naar de beste groeipool op het goede moment. En wie had in 2008 die immense wereldbankencrisis verwacht ? En in 2009/2010 de daaropvolgende economische aderlating ? Ook dat moet nog verteerd worden. In 2014 zijn we nog altijd volop bezig met het redden van banken en landen. Bij het samenstellen van een aandelenportefeuille houdt u daarmee beter rekening (zie verder).

Beleggingsprofielen

       
     
 
   

Waarom wenst u te sparen en te beleggen ? Hebt u een aankoop op het oog ? Of wilt u gewoon  vermogen opbouwen ? Of is het om aan de kinderen over te laten ? In functie van het antwoord op die vragen zullen uw beleggingen er totaal anders uitzien. Enigszins schematisch voorgesteld maken wij een onderscheid tussen 4 beleggersprofielen :

Profiel 1. =U wenst na verloop van tijd (korte of lange termijn) uw geld in euro zeker terug: uw opbrengst zal principieel bestaan uit intresten, u zult geen meerwaarden opstrijken maar evenmin verlies lijden, tenminste als u wacht tot op de gebeurlijke eindvervaldag van uw belegging.

Profiel 2. =U hebt geen tijdshorizon, u belegt “voor later” misschien wel voor de kinderen... . Eigenlijk doet u aan vermogensvorming, uw bezittingen mogen tussentijds al eens in waarde dalen: u zal toch het goede moment afwachten om winst te maken. Dit kan jaren duren, maar ook vlug gaan. Uw opbrengst zal bestaan uit intresten, dividenden en koerswinst.

Profiel 3. =De waarheid is dat u graag veel geld wilt verdienen en nog het liefst op korte termijn; dat kan, maar daarvoor bent u bereid veel risico te nemen in die zin dat het ook allemaal verkeerd kan uitdraaien. U bent een speculant.

Profiel 4. =Uw wettelijk pensioen is te karig om comfortabel verder te leven. U wenst een maandelijkse extra uitkering uit beleggingen.

Eigenlijk hebben de meesten onder ons karaktertrekjes van zowel profiel 1, 2 als 3. En dat komt nog goed uit ook: u kan combineren en bijvoorbeeld van het totaal bedrag waarover u beschikt:

  • eerst het deel afnemen waarmee u geen risico mag lopen (u hebt het geld straks nodig) en het beleggen volgens profiel 1;
  • het overgrote deel, zeg maar datgene wat u nodig hebt als toemaatje voor uw (later) pensioen, voorbehouden voor een belegging volgens profiel 2;
  • de rest kan u dan achter de hand houden voor een of andere - liefst beredeneerde - “slag”.

Hoe die verdeling er precies moet uitzien hangt van uzelf af. Een veel gehoord scenario ziet er als volgt uit: 10% volgens 1, 5% volgens 3 en 85% volgens 2.

Profiel 4 komt in die verdeling niet voor omdat de rollen dan omgekeerd zijn: het belegde deel dat maandelijks uitkeringen genereert vervangt eigenlijk het vroegere beroepsinkomen en kan niet meer aangewend worden voor profielen 1, 2 of 3. Stel: iemand ontvangt op de pensioengerechtigde leeftijd een kapitaal van 125.000 euro. Daarvan neemt hij prompt 100.000 euro af om een seniorplan te financieren dat hem - met behoud van kapitaal – 330 euro per maand opbrengt. De resterende 25.000 euro kan hij dan verdelen bijvoorbeeld : € 2.500 (10%) in liquiditeiten, € 1.250 (5%) speculatie en € 21.250 (85%) voor het samenstellen van een evenwichtige portefeuille.

TABEL 1: FAVORIETE SPAARREKENINGEN

Bron: Test-Aankoop invest nr. 1651 – 13 januari 2014

 
   

TABEL 2: SPAARVERZEKERINGEN Bron: Samengesteld uit Test-Aankoop Invest nr. 1653

Maatschapppij

 Verzekering 

Rendement 2013

 

   

Totaal

 Gewaarborgd tot eind 2014

 

AFER Europe + 

Waarborgfonds 

3,36%

1,20%

 

BKCP  1,75

BKCP Horizon

2,85%

1,75

 

De mogelijkheden

Voor ieder profiel komt het er nu op aan de gepaste beleggingsmodaliteit uit te kiezen. Wij stellen hierna een strategie voor

Profiel 1 = geld terug op vaste datum in de nabije toekomst

De kaarten liggen hier vrij eenvoudig. :

Kort

 
   

Moet het geld op korte termijn (minder dan 5 jaar) intact vrijkomen, dan zijn de hoogst renderende spaarrekeningen aan te bevelen. U moet dan wel regelmatig de rente-evolutie volgen, want de intrestverschillen tussen de financiële instellingen kunnen hoog oplopen en het loont zeker om per jaar de stand van zaken te bekijken en om desnoods te veranderen van bank (cf. tabel 1).

Lang 

Mag het geld langer uitstaan – het liefst 8 jaar en 1 dag - dan zijn spaarverzekeringen aangewezen. Dit zijn levensverzekeringen van het “type 21” : u betaalt een premie en het daarmee gegarandeerde kapitaal brengt zo’n 3 à 4 % op (cf. tabel 2).

Profiel 2 = kapitaalvorming; een zee van tijd

Wie een vermogen bijeen spaart voor “de oude dag” of een vermogen beheert en voor deze sommen NIET de vereiste stelt dat het geld op een bepaald moment intact moet terugkeren, kan zeker overwegen om een portefeuille met aandelen en obligaties samen te stellen.

Zo’n portefeuille kan u samenstellen met uw gebruikelijke bankier of met uw financiële tussenpersoon. De mogelijkheden zijn legio. Hoe agressiever u bent, hoe meer aandelen er mogen inzitten; hoe defensiever u bent aangelegd, hoe meer obligaties erin moeten voorkomen. Zo’n verdeling bespreekt u ten gronde met uw bankier. Een voorbeeld ervan vindt u in tabellen 3 en 4. Nog een paar randbemerkingen daarbij :

  • De meeste spaarders beschikken over te weinig kapitaal om zo’n spreiding zelf uit te voeren met individueel gekozen aandelen en obligaties; vandaar dat sicavs een aangewezen alternatief zijn. Die sicavs zijn eigenlijk niets anders dan korven waarin tientallen verschillende beleggingsproducten zitten waarvan u dan als belegger een deeltje koopt. Die korven kunnen samengesteld zijn uit onnoemelijk veel elementen : enkel obligaties; enkel aandelen; enkel aandelen met hoog dividend, enkel aandelen van een bepaald land, enkel aandelen van een bepaalde sector (metaal, voeding, farmacie, etc.); enkel defensieve stukken; enkel goud, enkel… noem maar op.

Tabel 3 : Portefeuillesamenstelling (neutraal profiel)

 

Bron : Test-Aankoop invest nr. 1651, 13 januari 2014, p. 13

Tabel 4 : sicavs, voorbeeld volgens tabel 3

Aandelen (70%)

GB (20%) : Cazenove UK Equity Eur u (BinckBank)

CH (5%) : SSga Switzerland Index Eq (Rabobank)

SE (5%) : SSgA Sweden Index Equity (Rabobank)

US(20%) : Threadneedle American USD (Deutsche Bank)

JP (5%) : Aberd. Gl Japanese Eq A2 (Rabobank)

CN (10%) : GAM Star China Equity USD (Binckbank)

IN (5%) : Aberd. Gl Indian Eq A2 (Deutsche Bank)

Obligaties (30%)

EUR (15%) : Amundi Bd Eur Inflation u (Deutsche Bank)

SEK (5%) : KBC Renta Sekarenta  u (KBC)

CHF (5%) : Pictet – CHF Bonds-P u (Fortuneo)

USD (5%):  Dexia Bds USD Gvrnment u (Belfius)

Bron : Samengesteld uit Fondsen & Sicavs nr. 224, januari 2014

Er bestaan uiteraard ook gemengde fondsen met een mix van boven vernoemde elementen. Enkele voorbeelden daarvan zijn :

  • Defensief : BNPP Port. FoF Conserv. u (BNP Paribas Fortis)
  • Neutraal : BL Global 50 u (BinckBank)
  • Agressief : ING L Patrim. Aggressive (Fortuneo)

Nagenoeg alle vermogensbeheerders en financiële instellingen kunnen u een ruime waaier van die sicavs aanbieden : specifiek georiënteerde of gemengde. De kosten, vooral bij aankoop, kunnen hoog oplopen : 2,5% à 3% is geen uitzondering. Als goede klant moet u onderhandelen en de concurrentie tegen elkaar uitspelen.

Wie voor het aandelengedeelte een meer persoonlijke inbreng wil realiseren kan ook de volgende redenering opzetten (cf. tabel 5) :

  • ik wil voor 50% een sicav die de gemiddelde gang van de wereldeconomie volgt;
  • de overige 50% verdeel ik als volgt
    • 20% sicavs uit de regio Z.O. Azië en Noord-Amerika
    • 15% sicavs uit de sectoren telecom en farmacie
    • 10% sicavs uit Groot-Brittannië en Zwitserland
    • 5% individuele aandelen (eventueel goud)

Tabel 5 : portefeuille met persoonlijke inbreng : voorbeeld (1)

  • Wereldfonds (50%) : Aphillion Q2 Equities € (Keytrade Bank)
  • Z.O. Azië en Noord-Amerika (20%) : Fidelity Asean A (Deutsche Bank)
  • KBC Index United States (KBC)
  • Telecom en Farmacie (15%) : ING L Inv. Telecom (Fortuneo)
  • Lyxor ETF Stoxx Europe 600 Health Care (tracker via Euronext Parijs)
  • Groot-Brittannië en Zwitserland (10%) : Cazenove UK Equity EUR u (BinckBank)
  • SSgA Zwitserland Index Eq (Rabobank)
  • Enkele individuele aandelen : (5%) bijvoorbeeld AXA (Parijs), National Grid (Londen), Apple (Nasdaq), …

(1) Deze concrete invulling is slechts één van de vele mogelijkheden. Vraag een voorstel aan uw gebruikelijke financiële instelling.

Bron: Samengesteld uit Fondsen & Sicavs nr. 224, januari 2014

Kiest u voor goud (5%) i.p.v. die enkele individuele aandelen – wat zeker als diversificatie – en beschermingselement op vandaag helemaal niet moet uitgesloten worden – dan kan u bijvoorbeeld opteren voor fysiek goud via Gold Bullion Securities (tracker op de beurs van Brussel).

Profiel 3 = een slag slaan

Wie wil speculeren of “spelen” met een heel klein deeltje van zijn vermogen kan alle kanten op. Eigenlijk speculeert u al wanneer u slechts een paar aandelen koopt of belegt in één vreemde munt. Want bij die beperkte individuele keuze hoopt u dat u de hoofdvogel zal afschieten. Wie zich van dit risicogedrag bewust is, zit nooit onverwacht op de blaren. Erger is het wanneer sommige beleggers een risicovolle beslissing nemen en zich daarvan niet bewust zijn, bijvoorbeeld wanneer zij hun geld stoppen in slechts één of een paar aandelen. Niet spreiden komt overeen met speculeren, want het specifieke ondernemingsrisico wordt niet weggediversifiëerd.

Opgepast dus met speculatief gedrag : enkel met geld dat u eventueel bereid bent te verliezen mag u buitensporige risico’s nemen en dus een gok wagen. Bij de minste twijfel : blijf er af !

Profiel 4 = een maandelijkse uitbetaling gewenst

Met dit laatste beleggersprofiel zijn we beland bij de gepensioneerde die ineens een kapitaal ontvangt en een maandelijks toemaatje wil voor een wettelijk pensioen dat als ontoereikend ervaren wordt. Bij gepensioneerden uit de privésector liggen de meeste pensioenen tussen de 1.000 en 2.000 euro (naargelang van het aantal gewerkte jaren en de wedde). Wie bijvoorbeeld graag 1.000 euro per maand extra ontvangt, moet een zeker kapitaal afstaan aan de financiële instelling. Uit tabel 6 blijkt dat te zijn (25.000/81,84) x 1.000 = 305.474 euro. En daarbij bestaan er opnieuw twee systemen :

  • ofwel wenst u het afgestane kapitaal, na verloop van tijd, intact terug te vinden en dan is de maandelijkse uitbetaling zeer beperkt; zo’n renteniersrekening brengt nauwelijks 2% op en is dus onaantrekkelijk;
  • ofwel aanvaardt u dat de vaste maandelijkse storting achteraf aanleiding kan geven tot een aanpassing van het afgestane kapitaal. Stel, u staat 25.000 euro af en de financiële instelling berekent de maandelijkse uitkering daarvoor op 81,84 euro, d.i. berekend tegen 4% (cf. tabel 6). Na 10 jaar blijkt evenwel dat de bankier nooit tegen 4% heeft kunnen beleggen waardoor hij maandelijks teveel heeft uitbetaald. Welnu, na 10 jaar zal u dan niet 25.000 euro terugkrijgen maar iets minder. Het kapitaal dat u recupereert, is dus niet volledig vast, maar kan zowel naar beneden als naar boven aangepast worden. Dit risico neemt u erbij. Nog twee opmerkingen daarbij :
    • u kan ook beslissen dat het kapitaal dat u afgestaan heeft, gedeeltelijk mag afgebouwd worden. Daardoor stijgt natuurlijk het uitgekeerd maandelijks bedrag (zie tabel 6).
    • Omdat de eventuele aanpassing van het kapitaal na 10 of 15 jaar (naar beneden) niet al te veel als een verrassing zou aankomen kan u met de financiële instelling overeenkomen om jaarlijks de stand van zaken op te maken. Mocht de rente sterk gedaald zijn, dan kan u bijvoorbeeld beslissen om het maandelijks bedrag te verminderen, zodat de kapitaalsaderlating op het einde van het plan beperkt blijft.
    • De meeste financiële instellingen bieden formules aan die redelijk goed aan uw wensen en behoeften kunnen aangepast worden. Neem contact op met uw gebruikelijke bankier en laat zo’n plan op maat voor u opmaken.

Tabel 6 : Renteniersplan met variaties

 
   

                                   100% afbouw             50% afbouw               0% afbouw

120 maanden                 252,26                        167,05                81,84        

180 maanden                 184,03                        132,94                 81,84       

240 maanden                 150,55                        116,20                 81,84       

Besluit 

Er bestaat geen universele beleggingsvorm die voor iedereen even toegankelijk is en die altijd veiligheid en rendement op optimale wijze combineert. Er bestaat zelfs een tegenstelling: wie maximale veiligheid verkiest, boet meestal in aan rendement; wie zoekt naar het hoogst mogelijke rendement, verzaakt ten dele aan veiligheid. Geld plaatsen op een gewoon spaarboekje bij de grootste bank van het land is inderdaad zeer veilig en toegankelijk maar brengt weinig op. Wie in aandelen belegt van een onderneming die de wind in de zeilen heeft, kan superwinsten opstrijken, maar kan ook alles verliezen wanneer diezelfde onderneming bij economische tegenslag de dieperik ingaat.

In de financiële wereld is er een ruime waaier van beleggingsvormen voorhanden met een verschillende graad van veiligheid, toegankelijkheid en rendement. Er is voor elk wat wils in functie van de eigen ingesteldheid en in functie van ieders financiële draagkracht. Maar de resultaten van de gemiddelde belegger zijn dikwijls teleurstellend. Daarvoor zijn drie verschillende redenen aan te halen:

Ten eerste: de gewone belegger heeft niet de tijd en het inzicht om een rationele keuze te maken binnen de brede waaier van mogelijke beleggingsvormen.

Ten tweede : financiële instellingen en banken kijken regelmatig uit naar hun eigen winstpositie en -mogelijkheden en verliezen daarbij de belangen van de spaarder-belegger uit het oog. Een ”second opinion” ophalen en te rade gaan bij neutrale informatiebronnen is ten zeerste raadzaam. Overigens : laat u gelden als cliënt, want de tarieven en opbrengsten kunnen sterk van elkaar verschillen bij de verschillende marktspelers.

Ten derde : vele spaarders zijn onstandvastig in hun beleggingsgedrag. Ze begrijpen te weinig dat eens een beleggingstrategie welbewust is uitgestippeld, iedere ommekeer in het beleggingsgedrag catastrofale gevolgen kan hebben.

Wie bijvoorbeeld na wijs beraad gekozen heeft voor een lange-termijnbelegging in aandelen - in de wetenschap dat daarmee hogere opbrengsten kunnen gerealiseerd worden - maar bij de eerste de beste baissebeweging op de beurs in paniek verkoopt, was beter nooit begonnen met een aandelenbelegging. En wie beweert dat hij altijd op korte termijn wil beleggen maar in werkelijkheid het spaargeld jaren na mekaar onaangeroerd laat, betaalt die inconsequentie met een te laag rendement.

 

 Keer terug naar Onze domeinen.    

Domein: 
Sparen en beleggen
Auteur: 
Roland COUNYE
Uitgave PLU.IM Magazine: 
Maart 2014