Te vrijgevig volgens het OCMW

De 89-jarige mevrouw B. verblijft al 2 jaar in een rust- en verzorgingstehuis. Haar pensioen volstaat echter niet om haar kosten te dekken en al haar spaargeld is op. Omdat ze zonder geld zit, vraagt ze het OCMW om de rest van haar verblijfskosten te betalen.

Na bestudering van haar financiële middelen weigert het OCMW om tussen te komen. Mevrouw B. vecht die beslissing aan voor de rechtbank. De rechter onderzoekt op zijn beurt haar financiële situatie. Omdat het OCMW pas tussenkomt als de aanvrager al zijn mogelijke bronnen van inkomsten heeft aangeboord, richt de rechter zijn aandacht op de voormalige woning van mevrouw B.

Acht jaar geleden heeft ze die namelijk aan een neefje verkocht voor € 25 000, terwijl ze volgens de fiscus € 200 000 waard was. Ze kreeg dus acht keer minder dan de marktprijs, maar in ruil daarvoor behield ze  woonrecht. Maar aangezien ze toen al 81 jaar was, had dat woonrecht een buitensporig hoge prijs. Bovendien heeft de neef de € 25 000 zeer waarschijnlijk weer teruggekregen, vermits er grote bedragen van de rekening van mevrouw B. zijn verdwenen. Volgens de rechter ging het dus feitelijk om een onrechtstreekse schenking in plaats van een verkoop.

Blijkbaar heeft de neef ook geen enkele intentie om zijn tante uit de nood te helpen. Omdat er geen wettelijke onderhoudsplicht bestaat tussen een neef en een tante, kan de rechtbank hem daar ook niet toe verplichten. Maar de rechter oordeelt dat hij zeer ondankbaar is door zijn tante aan haar lot over te laten, aangezien hij zowel de woning als grote sommen geld heeft gekregen. Maatschappelijk gezien is het onaanvaardbaar dat een erfplanning om de successierechten te verlagen (waardoor de gemeenschap al belastingen misloopt) ertoe leidt dat het OCMW - en dus weer de gemeenschap - moet bijschieten. De ondankbaarheid van de begunstigde is dan ook een geldige reden voor de wettelijke herroeping van de schenking.

Volgens de rechter is mevrouw B. dus niet helemaal blut. Ze kan de schenking immers wegens ondankbaarheid  laten herroepen zodat ze genoeg geld heeft om haar verblijf in het rust- en verzorgingstehuis te bekostigen.

De arbeidsrechtbank bevestigt bijgevolg de beslissing van het OCMW om een tussenkomst te weigeren, omdat mevrouw B. wel degelijk andere inkomsten kan verkrijgen.

arbeidsrechtbank van Gent, 3/6/2016, niet gepubliceerd

 

Keer terug naar Onze domeinen.             

Domein: 
Gerecht en justitie
Auteur: 
-
Uitgave PLU.IM Magazine: 
September 2017