Naar het rusthuis? Nooit! Maar waar dan wel?

Sebastian STEVERING

Walter en Elisabeth zijn bruisende zeventigers die in het centrum van de stad wonen in een statig herenhuis. Ze hebben een actief sociaal leven en spreken vaak met vrienden in de buurt af of gaan samen iets eten. Echter merken ze beiden dat hun dagelijkse gewoonten moeilijker worden: de tuin onderhouden, de trappen op en af, het bad waar je eerst moet instappen, ... Het ging vroeger allemaal wat vlotter. Ze beseffen dat ze geen jaren meer kunnen blijven waar ze wonen en beslissen te gaan kijken naar andere woonmogelijkheden. Maar hun zoektocht leidt tot meer vragen dan antwoorden: Wat zijn de verschillen tussen service-flats, assistentiewoningen en seniorenresidenties? Hoeveel kosten die formules en wat houden ze in? Wat is kangoeroewonen en wat is het verschil met zorgwonen? Wie moet ik contacteren indien ik mijn woning wil aanpassen aan mijn mobiliteitsbehoeften? Of wat indien ik thuishulp wil?

Enquête

Om na te gaan wat de intenties en vragen zijn van onze 65-plussers voerde Test-Aankoop een enquête bij ruim 3.300 Belgen tussen 65 en 85 jaar. En wat blijkt? Walter en Elisabeth zijn heus niet alleen in deze vragen te stellen: meer dan de helft van de senioren in België die op zoek gaan naar informatie hierover willen graag meer uitleg over algemene ouderenzorg, ouderenhulp en het kostenplaatje van al deze zaken. 44% wil ook meer informatie over woonmogelijkheden en 37% vindt onvoldoende informatie over de aanpassingen van bestaande woningen. Bovendien stellen we vast dat de ouderen ook ontevreden zijn over de informatie die ze dan wel ontvangen. De respondenten aan dit onderzoek geven zowel aan de stads- als de overheidsdiensten relatief zwakke scores van respectievelijk 6 en 6,3 op 10. Terwijl deze diensten toch het eerste aanspreekpunt rond ouderenzorg zou moeten zijn. En ook de media kan hen niet bekoren: 5,8 gemiddeld voor TV en radio en de geschreven pers die het moet stellen met een score van 6,6 op 10. Diegenen die hen het best vooruithelpen bij hun zoeken zijn de huisartsen (7,5 op 10) en hun familie en vrienden (7,7 op 10).

De boodschap is dus duidelijk: er is te weinig informatie beschikbaar en er is weinig vertrouwen in de informatie die voorhanden is. Alvorens te kunnen zeggen in welke mate 65-plussers kunnen worden geholpen doorheen het doolhof van woonformules en regelgevingen, moeten we twee vragen beantwoorden: wie zijn ze en wat willen ze?

De groep 65-plussers wordt steeds groter en ook steeds zelfstandiger: niet meer naar het rusthuis, maar liever actief van de gouden jaren genieten. Dit blijkt ook uit de enquête: driekwart van de senioren zegt volledig onafhankelijk te zijn in hun dagelijkse activiteiten. Van alle dagelijkse activiteiten hebben 30% moeite met de trappen op en af te lopen, 18% hebben last met zitten en opstaan en 17% lopen moeilijker buitenshuis rond. We kunnen dus stellen dat het merendeel van de oudere bevolking het goed stelt op vlak van mobiliteit. Het merendeel van de ouderen is ook eigenaar van de woning en in 77% van de gevallen wonen ze er al langer dan 30 jaar. 75% vindt dat hun huis nog in goede of perfecte staat is. 69% zegt slaapkamers te veel te hebben. Op vlak van gezinssamenstelling woont 52% samen met een partner, 39% woont alleen en 9% samen met kinderen, kleinkinderen of andere familieleden.

Oost west, thuis best  

Het zal dus weinigen verbazen: 82% van onze ondervraagden zegt zo lang mogelijk thuis te willen blijven en slechts 12% zegt op korte of lange termijn te willen verhuizen. Hoe ouder ze zijn, hoe meer ze willen thuisblijven. In de leeftijdscategorie 80-84 jaar wil slechts 7% verhuizen. En hoewel de afhankelijkheid van de persoon wel degelijk invloed heeft op de intenties om te verhuizen, wil nog steeds 71% van de afhankelijke ouderen thuisblijven.

Hoe ze dit wensen te bewerkstelligen?

30 % van de respondenten zegt dat ze hun huis moeten aanpassen aan hun mobiliteitsnoden. De aanpassing die het meest wordt aangeduid is een aangepast bad of aangepaste douche. Andere gewenste aanpassingen zijn handgrepen, trapliften en aangepaste toiletten. Echter kunnen niet alle ouderen deze aanpassingen bekostigen. 44% zegt dit financieel niet aan te kunnen of weet niet hoe het te betalen. We merken dus duidelijk dat een aanzienlijk deel van de senioren moeite heeft om het financieel rond te krijgen wanneer het op woonbehoeften aankomt. Thuiszorg kan een belangrijke rol spelen om het leven van de ouderen te vergemakkelijken. Één op vijf ouderen zegt hiervan gebruik te maken en voor meer dan de helft onder hen is dit essentieel om thuis te kunnen blijven wonen.

 

En wat met zij die wel graag willen verhuizen? Een groot deel van hen, 41%, wenst een nieuwe woning te kopen en 27% wil een woning op de huurmarkt zoeken. Meer dan 2 op 3 van deze groep senioren kiest dus voor een conventionele woongelegenheid en laat de aangepaste woningen achterwege. Nog een signaal van de zelfstandigheid van onze hedendaagse 65-plussers! Een derde groep, 18%, wil graag verhuizen naar een assistentiewoning, al dan niet aanleunend aan een woonzorgcentrum. In de lijst van woonmogelijkheden vindt u hier meer informatie over.

Woonzorgcentrum: geen spontane optie

Het woonzorgcentrum is een absolute nachtmerrie voor veel senioren wat we dan ook terugvinden in de statistieken: slechts 2% (van zij die willen verhuizen) overwegen naar een woonzorgcentrum te verhuizen. De negatieve media over de problemen in de woonzorgcentra zullen daaraan bijdragen. Maar het doel van een woonzorgcentrum is doorheen de tijd ook veranderd: nu is een woonzorgcentrum vaak bestemd voor zij die sterk afhankelijk zijn geworden en 24u op 24u zorg nodig hebben. De andere woonopties, hieronder beschreven, bieden vandaag de dag de mogelijkheid om, zelfs met enige mobiliteitsproblemen, een kwaliteitsvol leven te leiden.

Wanneer we kijken naar de redenen om te willen verhuizen, komen enkele centrale redenen naar voren: het huis wordt te groot, het wordt te zwaar om het te blijven onderhouden, er zijn te veel mobiliteitsbarrières en gezondheidsredenen duiken op. De huizen van toen zijn niet langer aangepast aan de uitdagingen van nu.

Op basis van al deze gegevens kunnen wij een profiel opstellen van de 65-plussers: veelal wonen ze nog in het huis waar ze hun kinderen hebben opgevoed. Dit vormt een emotionele band met de woning en verklaart ook waarom zoveel ouderen thuis willen blijven. Het merendeel stelt het op vlak van mobiliteit nog goed, maar merkt toch dat sommige taken moeilijker worden. De klassieke familiewoning brengt ook wat nadelen met zich mee: er zijn te veel kamers, de slaapkamers bevinden zich vaak op het verdiep en de tuin wordt ondertussen een zware taak om te onderhouden. En dit brengt ons terug tot het koppel Walter en Elisabeth, wat zijn hun opties om van hun gouden jaren te genieten? U vindt de mogelijkheden hieronder.  

Uw woonmogelijkheden voor de oude dag

Erkende assistentiewoning

Deze vorm van wonen is de laatste tijd dermate populair geworden dat wij er een apart artikel gewijd hebben (“Alles wat u moet weten over erkende assistentiewoningen”).

U kan ook op internet surfen en ga naar www.checkassistentiewoning.be. Daar kan u een formulier afdrukken om na te gaan of de woning voldoet aan de voorwaarden.

Kangoeroewonen

Kangoeroewonen houdt in dat twee families, gewoonlijk verschillende generaties, samenwonen in één gebouw. Het doel is dat de families elkaar helpen: het jongere koppel kan de ouderen helpen met zware taken of een rit naar de huisarts en het oudere koppel kan eens op de kinderen oppassen. Deze woonvorm heeft geen officieel erkende status en dus zijn er ook geen voorwaarden of garanties. Om een woning om te vormen tot een kangoeroewoning moet je een stedenbouwkundige aanvraag opstellen en de woning opsplitsen in een mede-eigendom. Het huis wordt dan in feite een appartementsgebouw met twee woningen en zo kan ook worden aangeduid welke delen gemeenschappelijk en privé zijn (bijvoorbeeld een gemeenschappelijke ruimte en de tuin). Maar omdat dit proces vrij ingewikkeld en tijdsintensief is, bestaat er ook een alternatief: het zorgwonen.

Zorgwonen

Zorgwonen is een specifieke vorm van kangoeroewonen waarbij geen stedenbouwkundige aanvraag dient te worden ingediend. Concreet houdt het in dat er een ondergeschikte woongelegenheid wordt gecreëerd in een bestaande woning, die maximaal éénderde van de volledige woonoppervlakte inneemt. In deze ondergeschikte woongelegenheid kunnen maximaal twee 65-plussers wonen of een zorgverlener. Dit biedt dus de mogelijkheid om met twee families onder één dak te wonen, zonder de administratieve rompslomp van het kangoeroewonen. U dient enkel te melden aan de gemeente dat uw woning wordt aangepast tot zorgwoning. Wel zijn er enkele voorwaarden aan verbonden: de kleinere wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwoning, beide woningen behoren tot dezelfde eigenaars en de totale woonoppervlakte mag niet worden uitgebreid bij de verbouwingen. Indien u meer informatie wenst over zorgwonen, kan u meer informatie vinden op https://www.vlaanderen.be/nl/bouwen-wonen-en-energie/wonen/zorgwonen.

Dagcentra

Een dagcentrum biedt de mogelijkheid om van verschillende diensten gebruik te maken doorheen de dag s’avonds terug naar huis te keren. Deze diensten zijn bijvoorbeeld medische zorgen, persoonlijke zorg en maaltijddiensten. Er bestaan ook nachtcentra, die hetzelfde principe volgen als dagcentra en bedoeld zijn voor ouderen die tijdens de nacht zorg vereisen.

Centra voor kortverblijf

Een centrum voor kortverblijf is er wanneer een persoon tijdelijk niet thuis kan blijven, bijvoorbeeld na een val of na een operatie. Hier kan een oudere drie maanden verblijven en de dienstverlening komt overeen met die van een woonzorgcentrum. Zowel dagcentra als centra voor kortverblijf bevinden zich gewoonlijk in woonzorgcentra met bepaalde afdelingen die zijn bestemd voor dagverblijven en kortverblijven.

Cohousing

Dit is een vrij nieuw concept dat komt overgewaaid uit de Scandinavische landen en Nederland waarbij de bewoners overeenkomen om bepaalde ruimtes te delen. Dit kan variëren van een wasplaats, de tuin, een gemeenschapsruimte, enz. Het verschilt van een normale mede-eigendom omdat de bewoners kiezen om met hun buren tijd door te brengen en samen projecten te ondernemen zoals bijvoorbeeld het onderhouden van een gemeenschappelijke moestuin. Cohousing kan zowel met verschillende generaties of enkel met ouderen. In België is dit nog een nieuw woonconcept en bestaat er nog geen specifieke regelgeving rond.

Een ‘normaal’ appartement

Uit de enquête bleek dat een groot deel van de 65-plussers naar een conventioneel appartement zou wensen te verhuizen. Dit biedt voor hen de mogelijkheid om nog volledig onafhankelijk te blijven, maar wel kleiner te wonen en minder te moeten onderhouden in huis en tuin, twee belangrijke motivaties om te verhuizen zoals blijkt uit de enquête. Bovendien valt ook de trap weg, die de grootste mobiliteitsbarrière vormt in het huis.

Thuis blijven

Het is natuurlijk ook gewoon mogelijk om thuis te blijven wonen op uw gouden jaren. Het aanpassen van een woning aan de woonbehoeften wordt steeds vaker gedaan. Hier zijn bepaalde vergoedingen aan verbonden afhankelijk van de zorgbehoevendheid van de persoon, maar het is niet altijd even gemakkelijk om deze te ontvangen. Een tijdelijke onbekwaamheid door een operatie geeft bijvoorbeeld geen recht op het installeren van een traplift. Naast het aanpassen van de woning is het natuurlijk ook mogelijk om thuiszorg in te schakelen. Dit kan zowel voor dagelijkse taken, zoals schoonmaken of koken, als voor persoonlijke zorg en medische zorg. Een combinatie van een aangepaste woning en thuiszorg biedt voor veel ouderen de droomoplossing: zo lang mogelijk thuis te blijven genieten. Informeren over de mogelijkheden van thuiszorg kan bij het OCMW van uw gemeente en uw ziekenfonds.

Keer terug naar Onze domeinen.             

Domein: 
Individueel welzijn en zingeving
Auteur: 
Sebastian STEVERING
Uitgave PLU.IM Magazine: 
Maart 2018