Generatiesprong bij erfenis

 

Martine De Keyser,   juriste Persona Accountants (i.s.m. F. Kowalsky)

Het is de gewoonste zaak ter wereld dat kinderen erven van hun ouders. Maar waarom de kleinkinderen niet laten erven ? Wij bekijken dat van dichterbij, want in Vlaanderen is sedert 1 september 2018 één en ander veranderd.

De regel

Voor kinderen in het algemeen blijft het tarief van erfenissen in rechte lijn onveranderd : erfbelasting moet betaald worden, apart op de immobiliën en op de roerende bezittingen. Nemen we als voorbeeld Patrick en Gerda die van hun vader Johan een woning erven ter waarde van 250.000 euro en spaargeld voor een bedrag van 200.000 euro. Zij erven dus ieder 225.000 euro. Als successierechten betalen zij (zie tabel 1)

  • Voor de woning : 3 % op 50.000 :  1.500

          + 9 % op 75.000 =  6.750

          Totaal                    8.250 euro

  • Voor het spaargeld : 3 % op 50.000 :  1.500

          + 9 % op 50.000 =  4.500

           Totaal                         6.000 euro

  • In totaal betalen ze dus ieder 8.250 + 6.000 = 14.250 euro

Tabel 1 : Successierechten in rechte lijn

  • Tot 50.000                   3 %
  • 50.000 – 250.000        9 %
  • > 250.000                   27 %

Jonger dan 21 jaar

Kinderen jonger dan 21 jaar die reeds een eerste ouder verloren hebben en die nu de overlevende ouder ook verliezen (of wanneer de overleden ouder de enige gekende ouder is), moeten geen successierechten meer betalen op de gezinswoning en zij genieten bovendien van een vrijstelling van successierechten op de eerste schijf van 75.000 euro aan roerende goederen (spaargeld, effecten,…). Laat ons het voorbeeld van daarnet hernemen : bij het overlijden van Johan, op het moment dat Patrick en Gerda respectievelijk 20 en 18 jaar oud zijn en hun moeder reeds voordien overleden was, zullen zij geen successierechten betalen op de gezinswoning (winst van 8.250 euro). En op het spaargeld dat zij erven betalen ze :

  • op de eerste schijf van 75.000 euro = 0
  • op de schijf van 75.000 tot 100.000 = 25.000 x 9 % of 2.250 euro, wat 12.000 euro minder is dan voorheen.

Bijkomende vrijstelling

Voor de langstlevende echtgenoot of samenwonende partner komt er een bijkomende vrijstelling van erfbelasting op de eerste schijf van 50.000 euro aan roerende goederen. De bijkomende besparing voor de langstlevende echtgenoot bedraagt dus 1.500 euro.

In zijlijn

Wanneer broers en zussen erven of verdere familie of vrienden, dan spreekt men van erfenissen in de zijlijn.

  • De huidige hoogste schijf van 65% valt weg; dat betekent concreet dat het huidige tarief van 55% voortaan op het volledig resterende bedrag boven de
    € 75.000 van de verkrijging van toepassing is, in plaats van enkel tot een bedrag van €125.000.
  • De huidige laagste schijf (0,01 € -75.000 €) wordt gesplitst in twee kleinere schijven. Daarbij wordt alleen de nieuwe tweede schijf nog volgens de huidige tarieven belast, en wordt voor een eerste verkregen bedrag tot € 35.000 de erfbelasting verlaagd naar 25 %
     
  • Oude regeling

Schijf

Broers/zussen
oud tarief

Anderen
oud tarief

€ 0 – € 75.000

30%

45%

€ 75.001 – € 125.000

55%

55%

≥ € 125.001

65%

65%

  • Nieuwe regeling

Schijf

Broers/zussen
nieuw tarief

Anderen
nieuw tarief

€ 0 – € 35.000

25%

25%

€ 35.001 – € 75.000

30%

45%

≥ € 75.001

55%

55%

De erfenissprong

Wij leven alsmaar langer, waardoor onze kinderen veel later dan vroeger erven : dikwijls zijn de kinderen al zelf gepensioneerd en hebben ze het geld van de erfenis niet meer zo dringend nodig. De kleinkinderen daarentegen beëindigen hun studies, vestigen zich in het leven en overwegen zelfs de aankoop van een woning. Het geld van de erfenis rechtstreeks overlaten aan de kleinkinderen i.p.v. de kinderen kan daarom een interessante oplossing bieden. Hoe zit de vork in de steel ? En welke zijn de voorwaarden ?

In feite gaat het hier over een nieuwe vrijstelling in de schenkbelasting gekoppeld aan de erfenissprong.

Er wordt voorzien in een gedeeltelijke of gehele erfenissprong (flexibel), waarbij erfgenamen gedurende één jaar kunnen beslissen om hun deel van erfenis kosteloos door te geven aan hun eigen kinderen of kleinkinderen (‘generation skipping’).

De doorgeefschenking naar aanleiding van een erfenissprong kan onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld worden van een schenkbelasting, voor een bedrag dat gelijk is aan eerder betaalde erfbelasting. Als er geen erfbelasting betaald werd dan zal bij een eventuele schenking toch het normaal tarief aan schenkingsrechten moeten vereffend worden.

Maar er zijn voorwaarden voor die vrijstelling van de schenkbelasting:

  • Met betrekking tot de schenking :
    • De schenking moet binnen het jaar na het overlijden van de erflater gebeuren
    • De schenking moet gebeuren aan de volgende generatie : aan afstammelingen dus kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen (stief- of zorgkinderen komen ook in aanmerking)
    • De schenking gebeurt bij notariële akte.
    • In de schenkingsakte wordt de vrijstelling formeel gevraagd.
    • De waarde van de schenking kan niet hoger zijn dan de waarde van de geërfde goederen (absolute grens) (zie voorbeelden hierna).

 

  • Met betrekking tot het overlijden dat aanleiding vormt voor de erfenissprong  :
    • De erflater moet na 31 augustus 2018 overleden zijn
    • Er moet erfbelasting zijn geheven op het deel dat de erfgenaam heeft geërfd en deze erfbelasting moet betaald zijn voor de schenkingsakte.
    • De nalatenschap valt open in het Vlaamse gewest d.w.z. dat de erflater de laatste vijf jaar van zijn/haar leven vooral in het Vlaamse gewest heeft gewoond.
  • Voorbeelden : doorgeefschenking

Situatie :De moeder van een gezin overlijdt. Jan is erfgenaam en treedt op als schenker van de doorgeefschenking. Een kleinkind Sofieontvangt de doorgeefschenking

  • Voorbeeld 1 : Jan erft een onroerend goed van 240.000 euro en schenkt dit aan zijn eigen kind Sofie. Jan betaalde erfbelasting van € 18.600 ((50.000 x 3%) + € 190.000 x 9%) = € 1.500 + € 17.100)

Jan schenkt de woning aan Sofie, de normaal te betalen schenkbelasting zou € 12.600 bedragen ((€ 150.000 x 3%) + (€ 90.000 x 9%) = € 4.500 + € 8.100)

Dit bedrag is volledig vrijgesteld als aan alle voorwaarden is voldaan.

  • Voorbeeld 2 : Jan erft een beleggingsportefeuille met een waarde van € 150.000.

Jan schenkt die effecten binnen het jaar aan zijn dochter Sofie. Bij de schenking zijn de effecten € 5.000 meer waard en is de waarde van de effectenportefeuille € 155.000. Sofie zal 3 procent schenkbelasting moeten betalen op € 5.000 = € 150.

  • Voorbeeld 3 : Jan erft een onroerend goed van 240.000 euro en schenkt geld aan zijn eigen kind Sofie. Jan betaalde erfbelasting van € 18.600 ((50.000 x 3%) + (€ 190.000 x 9%) = € 1.500 + € 17.100)

Jan schenkt € 240.000 aan liquide middelen aan Sofie : de normaal te betalen schenkbelasting zou € 7.200 bedragen (€ 240.000 x 3%) Dit bedrag is volledig vrijgesteld als aan alle voorwaarden is voldaan.

Tabel 2 : Registratierechten voor schenkingen van roerend goed (effecten, spaargeld…)

In rechte lijn

  • Tussen echtgenoten                      3 %
  • Tussen samenwonenden               3 %
  • Tussen andere personen               7 %

Tabel 3 : Registratierechten (1) voor schenkingen van onroerend goed

                                           Voor A                  Voor B

Tot 150.000 €                      3 %                      10 %

150.000 - 250.000               9 %                      20 %

250.000 - 450.000             18 %                      30 %

> 450.000                           27 %                      40 %

A = rechte lijn; tussen echtgenoten; tussen samenwonenden

B = alle anderen

  (1)Verminderingen zijn mogelijk bij energetische renovaties of speciale verhuring

Een ander voorbeeld

Bernard heeft een dochter die zelf 2 kinderen heeft. Zijn vermogen bestaat uit de gezinswoning (400.000 euro), een appartement aan zee (300.000 euro) en een effectenportefeuille (700.000 euro), een totaal vermogen dus van 1.400.000 euro.

Bij zijn overlijden erft zijn dochter alles en zal 282.000 euro aan successierechten betalen (141.000 euro op het onroerend vermogen van 700.000 en nog eens 141.000 euro op de effectenportefeuille van 700.000 euro). Er blijft dus netto 1.118.000 over (1.400.000 -282.000)

Stel dat de dochter eigenares is van haar woning (350.000 euro) en spaargeld bezit ten belope van 450.000 euro. Samen dus goed voor 800.000 euro. Als we daaraan toevoegen wat ze van haar vader geërfd heeft, m.n. die 1.118.000 euro, dan zitten we aan een totaal van 1.918.000 euro (800.000 + 1.118.000). Ieder kind erft hiervan de helft, dus 959.000 euro, waarvan 525.000 aan immobiliën (350.000 + 400.000 + 300.000 of 1.050.000/2) en de rest of 434.000 (1.918.000-1.050.000 of 868.000/2) aan roerend goed. Elk kind zal dus 162.930 euro aan successierechten betalen (93.750 op de immobiliën en 69.180 op het spaargeld).

Als we alle betaalde successierechten van die familie samentellen (de 2 erfenissen) dan komen we aan 607.860 euro (282.000 + 162.930 + 162.930).

Stel nu dat de dochter van Bernard die fameuze generatiesprong overweegt. Binnen het jaar van het overlijden van haar vader, schenkt zij – via notariële akte – aan haar beide kinderen. De ene ontvangt de woning van 400.000 euro en 300.000 euro aan spaargeld. De andere verkrijgt het appartement van 300.000 euro en 400.000 euro aan spaargeld. Op deze schenkingen zijn geen rechten te betalen ! Wel is een vergoeding te voorzien voor de notaris (……… euro).

Bij het overlijden van de dochter, verdelen beide kinderen de erfenis en bekomen elk 400.000 euro (175.000 immobiliën en 225.000 spaargeld). Zij betalen elk 30.000 euro aan successierechten (12.750 op immobiliën en 17.250 op spaargeld).

In dit geval bedragen alle successierechten samen (2 erfenissen) slechts 342.000 euro (282.000 + 30.000 + 30.000). In vergelijking met de 607.860 euro is dat een flinke hap minder.

Reservatair gedeelte

Sedert 1 september 2018 zijn de ouders vrij om 50 % van hun vermogen aan om het even wie weg te schenken. De eigen kinderen hebben dus slechts “recht” (= reservatair deel) op de helft. Grootouders kunnen dus ook de helft van hun vermogen wegschenken aan hun kleinkinderen zodat de kinderen slechts de andere helft kunnen erven.

De erfovereenkomst

Een van de belangrijkste vernieuwingen in het nieuwe erfrecht ligt in de versoepeling van het huidig verbod om over toekomstige nalatenschappen overeenkomsten te sluiten. Vanaf 1 september 2018 kunnen er erfovereenkomsten worden gemaakt : tijdens hun leven kunnen ouders samen met alle kinderen een bindende afspraak maken over de verdeling van hun vermogen als ze overlijden, inclusief schenkingen die vroeger zijn gebeurd.

Fiscalisten hadden gewaarschuwd dat de erfovereenkomsten geen bijval zouden kennen omdat men vreesde dat hand- en bankgiften en schenkingen voor Nederlandse notarissen door vermelding in de erfovereenkomst zouden belast worden.

De Vlaamse regering heeft expliciet bevestigd dat onbelaste schenkingen niet belast worden indien ze vermeld worden in een erfovereenkomst.

Indien de partijen willen dat de voormelde schenkingen toch belast worden met schenkbelasting moet een fiscale verklaring worden opgenomen worden in de erfovereenkomst. Dit is nuttig indien de schenker zou overlijden binnen de drie jaar want dan moet men geen erfbelasting meer betalen op die schenking.

Schenkingen die gedaan worden op het moment van de erfovereenkomst en die daarin worden opgenomen zijn wel onderworpen aan de schenkbelasting.

Indien u vragen hebt of meer info wenst te bekomen, neem dan vrijblijvend contact op met Martine De Keyser van Persona Accountants. Klik in de rand bij "Sponsoren"

.
Wij helpen u graag verder. U mag dat dat vanzelfsprekend ook doen via Plussers’ Impuls.

 

Keer terug naar Onze domeinen.             

 

Domein: 
Erfenissen en successie
Auteur: 
Martine DE KEYSER, Juriste Persona Accountants (i.s.m.F. KOWALSKY
Uitgave PLU.IM Magazine: 
September 2018