Beginnende beleggers

Roland COUNYE

Er valt vandaag niet veel te rapen met sparen en beleggen: de intrest op spaarboekjes is verwaarloosbaar laag en de beurs doet het minder goed.
Wat dan? Toch maar proberen op de beurs?

EERST VEILIGHEID

Alvorens te beleggen op de beurs is het raadzaam eerst een paar zekerheden in de bouwen.

  • De eerste bestaat erin een spaarpot aan te leggen voor onvoorziene omstandigheden, geld dus waar je op ieder moment over kunt beschikken. Hoeveel dat moet bedragen verschilt van persoon tot persoon, maar een algemeen principe is dat dit zo’n 6 maand nettoloon kan bedragen. Dit bedrag zet u uiteraard op een gewone spaarrekening (zie tabel 1). Veel soeps is het niet, maar er is in ieder geval kapitaalgarantie tot 100.000 euro. En bij een goede keuze kan u toch zo’n 0,90% intrest verwachten. Bij de grootbanken is dat slechts 0,11% !

  • De tweede buffer die wij u ten zeerste aanraden is mee te doen aan het zgn. “fiscaal sparen”, m.n. het pensioensparen en het langetermijnsparen.Pensioensparen kan u doen tot 65 jaar. Het maximaal bedrag dat u jaarlijks kan storten bedraagt nu 980 euro (met een fiscaal voordeel van 30%) of 1.230 euro (met een fiscaal voordeel van 25%) Wie dus als koppel meedoet kan maximaal 615 euro (+ opcentiemen) fiscaal uitsparen en dit met een bijdrage van tweemaal 1.230 euro. Dat pensioensparen wordt u aangeboden door de meeste banken (zie tabel 2). Wie nog ver verwijderd is van de pensioenleeftijd mag een dynamisch pensioenfonds kiezen; wie dichter bij de pensioengerechtigde leeftijd zit, kiest beter voor een neutraal of defensief pensioenspaarfonds.

Langetermijnsparen is de andere fiscaal interessante manier om jaarlijks een zeker bedrag te beleggen in een levensverzekering. U kan dat zelfs combineren met het gewone pensioensparen. Bij dit langetermijnsparen kan u jaarlijks maximaal 2.310 euro storten. Dit geeft u een belastingvoordeel van 693 euro per persoon, voor een gezin is dat dus 1.386 euro. Kies voor een zo lang mogelijke looptijd – tot ver voorbij het pensioen – want op die manier kan u blijven genieten van de fiscale aftrek.

KAPITAAL NIET NODIG

Als u dus beide spaarformules aangesproken hebt en nog geld over hebt, mag u denken aan serieuzere beleggingen, met inbegrip van een heuse portefeuillesamenstelling. Maar eerst moet u nog twee essentiële vragen beantwoorden: (i) hoelang kan u het belegde geld missen? (ii) Bent u bereid om een risico te nemen, d.w.z. dat u aanvaardt dat uw belegging tijdelijk of zelfs definitief in waarde zakt? Want, afhankelijk van de antwoorden op beide vragen zien de beleggingsvormen die voor u geschikt zijn er totaal verschillend uit. Het bijgevoegde schema 1 (hieronder) zal u helpen om beter wegwijs te geraken. Bij de verwijzingen naar (1), (2) en (3) horen een paar bijzonderheden.

Bij (1)
Zoals reeds eerder gezegd, ligt het rendement hier aan de lage kant: de meeste gewone spaarrekeningen brengen niet meer op dan 0,11% ! Tabel 1 geeft u meer details. Hier komt u dus terecht bij diezelfde instellingen die u ook kan gebruiken voor het aanleggen van uw spaarbuffer.

Bij (2)
Spaarverzekeringen (zgn. tak 21) bieden al iets meer dan gewone spaarrekeningen. Het kapitaal is gewaarborgd (tot max. 100.000 euro) en de opbrengst kan al oplopen tot 2% netto bij Vita Invest Dynamic (Federale) voor nieuwe contracten en zelfs tot 2,25% bij AFER Europe + Waarborgfonds (voor reeds bestaande contracten; nieuwe zijn niet meer mogelijk).

Bij (3)
Een normale beleggingsportefeuille bestaat uit aandelen en obligaties waarvan het gewicht varieert naargelang uw profiel defensief is, neutraal of dynamisch. Hoe defensiever hoe meer obligaties, hoe dynamischer hoe meer aandelen. Het zijn dus allemaal gemengde fondsen met ongeveer de volgende vaste verhoudingen:
 

  • defensief:        obligaties 60 à 70%

                                  aandelen 30 à 40%

  • neutraal:         obligaties 40 à 60%  

                                 aandelen 40 à 60%

  • dynamisch:     obligaties 20 à 30%

                                 aandelen 70 à 80%

Opgepast: er zijn ook fondsen met een flexibel karakter, waarbij de verhouding tussen aandelen en obligaties in de tijd kan variëren en dit in functie van de conjuncturele situatie en de rentestand. Uw financiële tussenpersoon is wettelijk verplicht om uw profiel te bepalen. Hij doet dat aan de hand van een vragenformulier waarmee uw kennis van en vertrouwdheid met bepaalde vermogensbestanddelen getest wordt. Als blijkt dat u van een aantal producten geen kaas gegeten hebt, mag de financiële tussenpersoon u die beleggingen niet verkopen.

Grote financiële instellingen, zoals KBC, Inge, BNP Paribas Fortis of Belfius zijn veelal duurder voor het beheer van uw vermogen, maar zij bieden het voordeel dat u er nog terecht kan voor veel bijkomend advies i.v.m. portefeuillebeheer. Kleinere gespecialiseerde instellingen, zoals BinckBank, Deutsche Bank, Keytrade Bank of Medirect zijn dikwijls veel goedkoper, maar minder uitgebouwd om bijkomende advies te vertrekken, vooral wanneer u naast die fondsen ook nog een aantal individueel gekozen aandelen of obligaties in portefeuille wil opnemen.

Tenslotte, als u warmpjes in de kleren zit, kan u ook terecht bij sterk gespecialiseerde vermogensbeheerders zoals Bank Degroof Petercam en Bank Delen.

TWEE VOORBEELDEN

  • Stel dat u opteert voor Deutsche Bank. Naargelang van uw profiel zullen u dan bijvoorbeeld de volgende fondsen aangeboden worden
  • Defensief: FvS Multi Asset Defensive Private Invest Stability
  • Neutraal: DWS Concept Kaldemorgen Fidelity Funds Global Multi Asset Income
  • Dynamisch/flexibel: FVS Multi Opportunities

Een andere mogelijkheid. Test-Aankoop publiceert regelmatig de samenstelling van een evenwichtige portefeuille. Die ziet er momenteel als volgt uit (zie schema 2):

                                                                                           Schema 2

Vandaag is het mogelijk om die portefeuille te kopen via de verzekeringsmaatschappij Integrale. Het product dat u dan verwerft noemt Integrale Perspective – Test-Aankoop. Dit is een tak 23-verzekering waar u in kan stappen vanaf 5.000 euro en die u garandeert dat de portefeuille van TA door de beheerders van Integrale geschaduwd wordt. Na die eerste betaling kan u steeds bijkomende eenmalige stortingen verrichten van minimum 2.500 euro, maar ook nog maandelijkse stortingen van minimum 200 euro (via automatische opdracht).

De instapkosten bedragen 1,5%, verlaagd tot 0,50% voor leden van Test-Aankoop.

Voor alle bijkomende informatie, contacteer: perspective@integrale.be of op tel. 02 761 04  76

BESLUIT

Beginnende beleggers nemen best niet veel risico’s. Herbekijk nog eens het schema 1 en start zeker met een buffer (via een betere spaarboek), pensioensparen en fiscaal interessant langetermijnsparen en een tak 21 levensverzekering voor een belegging op langere termijn zonder risico’s.

Als u daar door bent en dus bereid bent risico’s te lopen – weinig of iets meer – om het rendement op te krikken, dan mag u gemengde fondsen kopen: defensieve, neutrale of dynamische. Van flexibele fondsen blijft u als beginner beter af. Reken voor alle zekerheid op een beleggingshorizon van 10 jaar.

Naast die fondsen kan u natuurlijk ook nog individuele aandelen en obligaties kopen, maar om te starten raden wij u dat af. Bouw eerst een fondsenportefeuille op en vul later aan met enkele individueel gekozen titels.

Beurskoersen schommelen. Als u doorheen ups-and-downs wil opereren, bespreek dan met uw financiële tussenpersoon een systematisch beleggingsplan en beleg maandelijks of trimestrieel een vast bedrag. Bij substantiële beursinzinkingen koopt u dan goedkoper bij. Onthoud ook dat op lange termijn, het rendement van een aandelenportefeuille het hoogst is. De hier bijgevoegde 4 grafieken laten dat duidelijk zien: uit de eerste grafiek (rendementen op 1 jaar) blijkt dat de schommelingen redelijk uitgesproken zijn met grote winsten én verliezen. Grafiek 4 daarentegen laat zien dat op 10 jaar (= voortschrijdend gemiddelde) de wereldbeurzen globaal een zeer positief verloop kennen. Derhalve: beleg enkel in aandelen(fondsen) als u een tijdshorizon voor u heeft van minstens 10 jaar. Op 3 en 5 jaar zijn de voortschrijdende gemiddelde rendementen al minder risicovol dan deze op 1 jaar. Maar vanaf 10 jaar is de kans op verlies (zie grafiek 4) bijzonder klein (de periode 1998-2008 was toch nog negatief).

Onderhandel de kostenstructuur met uw financiële beheerder. En als hij geen oren heeft naar uw verzuchtingen, probeer dan een lage-kosten-beheerder. Bij Test-Aankoop kennen ze die !

 

Keer terug naar Onze domeinen.             

 

Domein: 
Sparen en beleggen
Auteur: 
Roland COUNYE
Uitgave PLU.IM Magazine: 
Maart 2019