Genieten van je gouden jaren

Sebastian STEVERING

Waar vroeger de pensioenleeftijd nog leunde tegen de levensverwachtingen, zijn de tijden nu sterk veranderd: op je vijfenzestigste heb je nog heel wat jaren te gaan en ben je fysiek nog volledig in orde om met volle teugen van je gouden jaren te genieten. Maar hoe kijken de 45- tot 64-jarigen op naar hun latere leven en hoe bereiden ze zich voor op hun pensioen? En hoe vergelijken de ervaringen van de 65- tot 84-jarigen zich tegenover de verwachtingen van de 45- tot 64-jarigen?

Om deze vragen te beantwoorden, hielden we - met Test-Aankoop -  een statistisch onderzoek bij een representatieve steekproef van de Belgische bevolking tussen 45 en 84 jaar. De jongere categorie werd bevraagd over de verwachte levenskwaliteit, de financiële voorbereidingen voor de latere leeftijd en de voorkeuren op vlak van woonomstandigheden, zorg en hulp van familie. Aan de 65- tot 84-jarigen werd gevraagd hoe zij hun huidige levenskwaliteit zouden beoordelen, of ze nood hebben aan zorg en of ze wonen waar ze willen. De vergelijking tussen de twee leeftijdsgroepen bracht zeer interessante resultaten voort: hoewel de jongere groep met angst opkijkt naar de latere jaren, ervaren de 65- tot 84-jarigen deze periode veel positiever, en dit zowel op vlak van gezondheid, woonomstandigheden en mobiliteit. Dit vraagt weliswaar een woordje uitleg.

De angsten van de 45- tot 64-jarigen

Wanneer we peilen naar de voornaamste angsten van het ouder worden zien we één prioriteit naar voren komen: een goede gezondheid. De top drie angsten zijn namelijk: afhankelijk worden (65%), verlies van mobiliteit en/of fysieke capaciteiten (58%) en verlies van mentale capaciteiten (35%). Andere angsten waarvan het belang niet te onderschatten is zijn de vrees voor geldtekort (33%), eenzaamheid (22%) en tekortkomende woonomstandigheden (19%).

We zien dat deze angsten wel wat overdreven zijn. 63% van onze 65- tot 84-jarigen stelt dat het nog prima gesteld is met zijn of haar gezondheid en dat ze helemaal niet worden beperkt in hun dagelijkse taken. 32% ondervindt een beetje last bij het verrichten van de dagelijkse taken en 5% wordt sterk belast door hun gezondheid. Het spreekt voor zich dat deze beperkingen stijgen met de leeftijd: van de 80- tot 84-jarigen ondervindt 14% grote last van hun gezondheid in hun dagelijkse leven. Echter is het duidelijk dat het merendeel van de 65- tot 84-jarigen het best wel goed stelt met hun gezondheid en mobiliteit en dus nog volop van de gouden jaren kunnen genieten.

Wat verwachten we van de familie?

Aangezien afhankelijkheid veruit de grootste angst van de 45- tot 64-jarigen is, is het van belang te weten wat de wensen zijn in het geval dat er later wat hulp nodig is. Bij de vraag van wie ze hulp verwachten zijn de resultaten opvallend: de persoon van wie ze hulp wensen is sterk afhankelijk van de aard van de taak. Bij sociale activiteiten zoals het helpen met een uitstapje of een bezoek zijn familie en vrienden de aangewezen personen om hulp te bieden, terwijl de werkelijke zorgtaken en huishoudelijke taken worden overgelaten aan professionele diensten. Of die hulp van familie er zal zijn is nog maar de vraag, want slechts 22% van de 45- tot 64-jarigen zegt later te kunnen rekenen op familie om hen te helpen indien nodig. 34% twijfelt of hun familie hulp zal kunnen bieden en 44% is overtuigd dat helemaal niet kunnen terugvallen op familie indien ze hulpbehoevend worden.

Wanneer we dit vergelijken met de ervaringen van de 65- tot 84-jarigen, worden deze verwachtingen deels bevestigd. Familie staat inderdaad slechts beperkt paraat voor de ouderen wanneer ze hulp nodig hebben. Slechts 19% van de hulpbehoevende ouderen krijgt hulp van familie bij de zorgtaken en slechts 38% krijgt hulp van familie voor sociale activiteiten. En hoewel deze taken gewoonlijk zijn opgenomen door professionele diensten, is het wel zo dat er voor sociale activiteiten wordt gevraagd naar hulp van de familieleden. Wanneer gevraagd wordt waarom er geen hulp is van de familieleden, stellen de senioren dat ze hun familie hiermee niet willen lastigvallen (47%), dat de familieleden te ver wonen om hulp te bieden (30%) en dat ze geen tijd hebben (28%).

Grote spaarders

De Belg is vooruitziend in zijn spaargedrag en we zien ook dat het merendeel van de 45- tot 65-jarigen een spaarpot aanlegt voor zijn of haar oude dag, zij het op een spaarrekening (75%), een pensioenspaarfonds (63%) of een levensverzekering (40%). Ondanks deze reserve is het zo dat 42% van de 45- tot 64-jarigen hun huidige spaarpot ontoereikend acht voor hun latere jaren. 50% vindt genoeg te hebben gespaard en 8% meent ruim te kunnen toekomen met hun spaarcenten. Indien de huidige financiële situatie moeilijker is, is de vrees voor geldtekort op latere leeftijd ook veel groter. We zien dan ook bij de 65- tot 84-jarigen dat zij er vooral veel moeite mee hebben indien dit gevolgen heeft voor de woonomstandigheden: wanneer senioren niet wonen waar ze willen wonen, is dat in zes op de tien gevallen te wijten aan hun financiële situatie. Sparen is dus een absolute noodzaak voor wie zijn of haar latere jaren aangenaam wil doorbrengen. Zeker wanneer men weet dat de gemiddelde prijzen van een woonzorgcentrum (1600 euro per maand in Oost-Vlaanderen) hoger liggen dan het gemiddeld pensioen. De gemiddelde huurprijzen van de assistentiewoningen schommelen rond 1200 euro per maand, al kunnen de prijzen sterk verschillen afhankelijk van de regio en uitrusting van de woning. De goedkopere opties vind je aan 800 tot 900 euro per maand terwijl de duurste assistentiewoningen aan de kust kunnen oplopen tot enkele duizenden euro’s per maand. Het is ook mogelijk om een assistentiewoning te kopen, wat de Belg maar al te graag zal horen. De prijzen hiervan beginnen rond de 130.000 euro, maar zijn gewoonlijk nog een stuk hoger. Hou er ook rekening mee dat er nog altijd een dagprijs wordt aangerekend als je eigenaar bent.

Zolang mogelijk thuis blijven

We bevroegen onze steekproef eveneens over hun woonwensen op latere leeftijd. Eén ding is duidelijk: iedereen blijft liefst zo lang mogelijk thuis wonen. 70% van de 45- tot 64-jarigen en 84% van de 65- tot 84-jarigen blijven liefst thuis wonen als ze mogen kiezen. En indien het niet thuis is, is het liefst in een appartement of een buitenverblijf (in de Ardennen, aan zee, enzovoort) waarnaar ze wensen te verhuizen. Bovendien blijven ze liefst eigenaar van de woning, zelfs als het om een appartement gaat.

Indien ze hulpbehoevend zouden worden, veranderen de woonvoorkeuren voor de latere jaren wel sterk: van de 45- tot 64-jarigen willen 27% naar een assistentiewoning (ook gekend als service-flat) en 16% naar een woonzorgcentrum. Bij de 65- tot 84-jarigen is er geen voorkeur tussen een assistentiewoning of een woonzorgcentrum: beide worden door 23% in geval van afhankelijkheid naar voren gebracht. Opvallend is wel dat van de 65- tot 84-jarigen 25% het liefst thuis blijft, zelfs wanneer ze hulpbehoevend zouden worden, tegenover slechts 17% van de 45- tot 64-jarigen. Dit zou kunnen worden verklaard door het feit dat de ouderen reeds meer ervaringen hebben gehad met thuishulp en ervan overtuigd zijn dat ze zichzelf wel kunnen redden mits er hulp geboden wordt.

Nog een bevinding die het vermelden waard is: één op vijf van de 65- tot 84-jarigen heeft zelfs nog niet nagedacht over hun woonvoorkeuren in het geval dat ze hulpbehoevend zouden worden. We kunnen alleen aanraden aan alle 65-plussers dat het aangewezen is om in je buurt al eens te gaan kijken welke woonmogelijkheden het beste bij jou passen, zij het een assistentiewoning, een woonzorgcentrum of zelfs co-housing. Co-housing is een woningvorm waarbij bepaalde delen van het gebouw of terrein gemeenschappelijk zijn, zoals de tuin, een gemeenschappelijke eetzaal of een recreatieruimte.

Het is natuurlijk ook mogelijk om thuis te blijven wonen en gebruik te maken van professionele diensten voor je zorgbehoeften. Tenslotte kan ook het huis zelf worden aangepast om er zolang mogelijk comfortabel in te kunnen blijven wonen: een slaapkamer naar beneden verhuizen of een aangepast bad laten plaatsen kunnen de woonomstandigheden al sterk verbeteren. Indien je interesse toont voor een assistentiewoning is het van belang dat je een erkende assistentiewoning kiest. Enkel deze assistentiewoningen genieten van een belastingvoordeel bij de aankoop en voldoen aan de criteria van de overheid. Om zelf na te gaan of de assistentiewoning voldoet aan de eisen, kan je de website http://www.checkassistentiewoning.be/ bezoeken en een checklist afdrukken voor je bezoek. Als je zolang mogelijk thuis wil blijven wonen, kan je bij het OCMW van je gemeente terecht met vragen over professionele ouderenzorg.

Het aanbod van deze ouderenwoningen kan daarentegen zwaar tegenvallen: slechts 24% van de 65- tot 84-jarigen vindt het aanbod van woonzorgcentra in de regio voldoende en slechts 16% kan zich vinden in het aanbod van de assistentiewoningen. Er is dus duidelijk veel ruimte voor verbetering! Natuurlijk is het zo dat ‘aanbod’ meerdere aspecten behelst: of de faciliteiten er werkelijk zijn, of ze kwaliteitsvol zijn en vooral of er nog plaats vrij is. Soms kunnen de wachtlijsten van woonzorgcentra tot enkele jaren oplopen. En indien je overweegt om uit je buurt te verhuizen om een beter aanbod te vinden, moeten we je teleurstellen: de povere evaluatie van de woonmogelijkheden voor ouderen geldt voor alle gewesten.

Levenskwaliteit: verwachtingen versus realiteit

Om de verwachtingen van 45- tot 64-jarigen te toetsen aan de realiteit hebben we dezelfde vragen gesteld aan onze 65- tot 84-jarigen rond alle belangrijke aspecten van levenskwaliteit. Het aspect dat het meest invloed heeft op de algehele levenskwaliteit is de gezondheid: zowel de verwachte gezondheid van de 45- tot 64-jarigen als de huidige gezondheidstoestand van de 65- tot 84-jarigen dragen het meeste bij tot een goede beoordeling van de levenskwaliteit. Wat ook onmiddelijk opvalt is de lagere evolutie van de jongere groep op alle vlakken van levenskwaliteit. de 45- tot 64-jarigen zien het dus een stuk somberder in dan de ervaringen van de 65- tot 84-jarigen aangeven. Uit onze enquête blijkt echter dat de Belg zich niet te veel zorgen hoeft te maken over de toekomst. We worden steeds ouder, maar blijven ook steeds langer gezond op latere leeftijd. We hebben gewoonlijk een redelijk spaarpot aangelegd, we wonen reeds waar we onze oude jaren willen doorbrengen en ervaren onze derde levensfase een stuk beter dan wat we ervan verwachten.  

Domein: 
Individueel welzijn en zingeving
Auteur: 
Sebastian STEVERING
Uitgave PLU.IM Magazine: 
Maart 2019