De basisregels bij successie in rechte lijn

 

Chris VAN HOORDE - Vennoot ‘Het Accountantskantoor’ te De Pinte.

Reeds enige tijd geleden werd de modernisering van het erfrecht aangekondigd.

Maar wat zijn de op heden nog steeds geldende regels bij successie ?
Even terug naar de basis.

Begrip “Successie”.

Vooreerst lijkt het belangrijk, hoe eenvoudig dit op het eerste zicht  ook lijkt, het begrip successie te bepalen. Het successierecht is in hoofdzaak een belasting op de overgang van goederen door een feit, nl. het overlijden. De overdracht van goederen door het overlijden van een persoon geeft in beginsel aanleiding tot de heffing van het successierecht. In het Wetboek Successierechten zijn er drie wijzen van erfrechtelijke verkrijging waardoor successierechten verschuldigd zijn, met name : de (i) wettelijke, de (ii) testamentaire of de (iii) contractuele devolutie.

Bij de (i) wettelijke erfrechtelijke verkrijging heeft de erflater (de overledene) geen voorafgaande schikkingen getroffen. Zijn of haar nalatenschap valt dus open volgens de wettelijke (standaard)regeling.

Bij de (ii) testamentaire erfrechtelijke verkrijging, heeft de overledene wel voorafgaande schikkingen getroffen. Hij of zij heeft namelijk een testament opgemaakt om een deel van zijn of haar roerende of onroerende goederen toe te wijzen aan een bepaalde partij, al dan niet familie.

Dergelijke testamentaire beschikking is echter niet onbeperkt. Erfgenamen beschikken als het ware over een “garantie tot erven” (zie IV), genaamd het reservataire gedeelte.

Zo bedraagt het reservataire gedeelte van één kind (ruim) de helft van de nalatenschap, van 2 kinderen bedraagt dit 2/3 en vanaf 3 of méér kinderen bedraagt het reservataire gedeelte ¾ van de nalatenschap.

De (iii) contractuele devolutie of vererving betreft de schenkingen van toekomstige goederen tussen echtgenoten, al dan niet in het huwelijkscontract afgesloten en wettelijk toegelaten overeenkomsten over nog niet opengevallen nalatenschappen.

Deze echter in detail beschrijven, zou ons voor wat betreft de basis in successie té ver leiden.

De tarieven

Voor de vererving in rechte lijn  bestaan slechts 3 tarieven  :

€ 0 - € 50.000                    3 %
€ 50.000 - € 250.000          9 %
> € 250.000                     27 %

Splitsing van roerend en onroerende goederen

De bovenstaande tarieven worden voor een vererving in rechte lijn apart bepaald  per erfgenaam én nog eens afzonderlijk voor de roerende en de onroerende goederen.

Let wel : het te verreken  bedrag is niet altijd de som van het op het ogenblik van  het overlijden bestaande of resterende  roerend en onroerend vermogen. Zo worden dikwijls goederen die, alhoewel ze op het ogenblik van het overlijden civielrechtelijk geen deel meer uitmaken van de nalatenschap (bijvoorbeeld ingevolge eerdere schenking), fiscaal fictief toch tot de nalatenschap gerekend, de zogenaamde fictieve massa.  Inzonderheid moet men met betrekking tot de wedersamenstelling van deze  zogenaamde fictieve massa bijzonder voorzichtig zijn met eerdere schenkingen van onroerende (bijvoorbeeld aan kind A) en roerende goederen (bijvoorbeeld aan kind B). Om de fictieve massa wedersamen te stellen, worden  de roerende goederen getaxeerd aan de waarde op het moment van schenking, de onroerende goederen worden echter getaxeerd aan de waarde op het ogenblik van overlijden !

Illustreren we dit met een voorbeeld :

Vader & moeder – 2 kinderen

Vader is overleden in 2000 en via een “keuzebeding / langt leeft al”  is  de gehele nalatenschap toegekomen aan de moeder.

Moeder beschikt in haar eigen vermogen, na regeling van de successie het volgende:

  • Roerend vermogen (spaarrekening)                               € 750.000
  • Onroerend vermogen (bouwgrond)                                 € 350.000
  • Gezinswoning                                                             € 500.000

In 2004 wenst de moeder de kinderen een (ogenschijnlijk !) even grote schenking over te maken en schenkt :

            -Aan kind A, de bouwgrond              (onroerend)                   € 350.000

            -Aan kind B, een spaarrekening         (roerend)                     € 350.000

En betaalt hierop de verschuldigde schenkingsrechten.

In 2014 komt moeder te overlijden en dient voor de aangifte van de successie de fictieve massa te worden wedersamengesteld.
Evenwel wordt zoals reeds bovenstaand aangehaald, de onroerende schenking pas gewaardeerd op het ogenblik  van overlijden en wordt de roerende schenking gewaardeerd  op moment van schenking ! (ook al is dat roerend vermogen bv. in waarde verdubbeld)

Rekening houdende met een inflatie van 3%, kan de waarde van de bouwgrond in 2014 op circa € 470.000 worden gewaardeerd.

Aldus komen we bij overlijden in 2014 tot de volgende fictieve massa :

            . Bouwgrond  aan kind A                    € 470.000       

            . Spaarrekening aan kind B                € 350.000

            . Spaarrekening moeder                     € 400.000

            .Gezinswoning                                   € 500.000

            __________________________________________

            Totale nalatenschap                           € 1.720.000

            -reeds geschonken A                      -  €    470.000

            -reeds geschonken B                      -  €   350.000

            ________________________________________

            Nog te vererven                                   €  900.000

            Verdeling van de nalatenschap van € 900.000 :

Kind A  € 390.000/ Kind B € 510.000

Let wel : op de reeds in het jaar 2004 geschonken roerende & onroerende    goederen zullen geen successierechten meer verschuldigd zijn, maar bij de wedersamenstelling van de te vererven massa worden deze dus wél meegerekend !

Dit zorgt op heden voor één van de grootste discrepanties in het erfrecht !

Het reservatair gedeelte

Pas nadat de fictieve massa is samengesteld, kan ieders  erfdeel worden bepaald.

Zoals reeds bovenstaand in I. aangehaald, kan worden geërfd op diverse wijzen.

Op heden is de vrijheid waarbinnen een erfenis kan worden geregeld echter  niet onbeperkt.

Zo beschikken met name de kinderen en de langstlevende echtegno(o)t(e) over een reservatair gedeelte. Het is voornamelijk deze modaliteit  om zijn erfenis vrij te bepalen die, met inachtneming van diverse andere regels, op heden ter  herziening voorligt !

Besluit

Alhoewel de ‘vererving door afstamming’ (gedeeltelijk) ter discussie staat, zal de wetgever ook in de nieuwe wet niet zover gaan dat men de reserve van de kinderen volledig afschaft. In volgende publicaties komen wij hierop wellicht nog terug.

Belangrijk(er) om te onthouden is dat u beter tijdig begint aan uw vermogens- en  successieplanning. Bekijk met uw echtgeno(o)t(e) de toevoeging van een zogenaamd “keuzebeding” in uw huwelijkscontract.. Zo vermijdt u overhaast te werk te moeten gaan en behoudt u zelf  de maximale vrijheid om (binnen bepaalde wettelijke grenzen) de overdracht van uw vermogen zélf te bepalen.. Wanneer we moeten spreken van  ‘successie’,  is dit  helaas al te laat.

                                                                                         

Keer terug naar Onze domeinen.         

Domein: 
Erfenissen en successie
Auteur: 
Chris VAN HOORDE - Het Accountantskantoor
Uitgave PLU.IM Magazine: 
Maart 2014