De impact van GSM-masten op de mens.

                                                                                                         Prof Em UGent Niceas SCHAMP

De impact van GSM-masten op de mens.

  De bedoeling van deze bijdrage is de impact van de GSM-masten op de mens in een wetenschappelijke context te plaatsen. Dat zal gebeuren in vier delen: een, wat is GSM-straling, twee wat is de mens, drie, wat doet GSM-straling met de mens, vier, en GSM-masten?

GSM-straling

GSM-masten sturen straling uit, een soort radiostraling, de stralingen die bekend zijn van de radio en de televisie, maar die ook gebruikt worden voor de looptelefoon, wifi, bluetooth, auto- en garage openers, en, in een totaal andere toepassing, voor de microgolfoven. Merkwaardig genoeg zitten in diezelfde groep van stralingen ook de lichtstralen, de X-stralen, de radioactieve gamma-stralen, de kosmische stralen die uit de ruimte op ons afkomen, en zelfs de zachte warmtestralen die we voelen vanuit de radiator van de centrale verwarming. Ze worden allemaal elektromagnetische stralen genoemd, een moeilijk woord voor een eenvoudig ding: als men aan het hoofdje van een fietsdynamo draait, voelt men een zekere weerstand ten gevolge van de werking van de magneten daarbinnen. En als men het snel doet draaien komt er elektriciteit uit, waarmee de fietslichten branden. Magneten en elektriciteit hebben dus alles met elkaar te maken. Een magneet bezit een magneetveld tussen de noordpool en de zuidpool, wat goed te zien is aan de ijzerdeeltjes in  

 figuur 1.

Als men in een dergelijk magneetveld de noordpool en de zuidpool snel omwisselt, dan ontstaat er ook een elektrisch veld, en samen planten die zich voort in de ruimte, en nog wel aan een snelheid van 300.000 km per seconde. Als de omwisseling van de polen 600.000 miljard maal per seconde gebeurt, heb je licht. Bij de GSM gebeurt net hetzelfde maar slechts 800-2600 miljoen maal per seconde.

Het aantal keren dat die magnetische en elektrische veldjes op en af gaan, noemt men de frequentie. Soms gebruikt men ook de lengte van een golfbeweging, de golflengte, om de EM–straling te karakteriseren. Aangezien al die stralen zich met de lichtsnelheid voortplanten, is er een eenvoudig verband tussen golflengte en frequentie : hoe groter de frequentie, hoe kleiner de golflengte en omgekeerd. De golflengte van elektromagnetische stralen, en dus ook de frequentie, kunnen onvoorstelbaar veel van elkaar verschillen, van duizenden km tot kleiner dan de diameter van een atoomkern (fig. 2).

Frequentie (benaderend)

0,15 – 10 MHz: oude AM-radio (lange, midden, korte golf)

      100 MHz: FM-radio, TV

            400 MHz: afstandsbediening garage etc. (voor TV met infrarood, 300 THz)

                   800 – 2600 MHz:  GSM

                         1500 MHz: GPS

                                2400 MHz: wifi, bluetooth, looptelefoon, etc.

                                       2450 MHz: microgolfoven

                                                3 – 30 GHz: buienradar

                                                        0,3 – 300 THz: warmtestralen

                                                                  400 – 750 THz: rood – blauw licht

                                                                      1000THz: UV-licht

                                                                               0,1 – 10 EHz: X-stralen (ook CT)

                                                                                                           1 – 1000 YHz:  gammastralen

                                                                                                                   kosmische stralen tot 5 miljard YHz

Hz = hertz = aantal per seconden                                                                                      

k = duizend (3 nullen                                                                                                           

M = mega = miljoen (6 nullen)                                                                                                            

G = giga = miljard (9 nullen)                                                                                                                                                                         

T = tera = duizend miljard = biljoen (12 nullen)                                                                                                     

P = peta = miljoen miljard = biljard (15 nullen)

E = exa = miljard miljard (18 nullen)

Z = zetta = miljard biljoen (21 nullen)

Y =  yotta = biljoen biljoen (24 nullen)    

De energie van de energiepakketjes, de fotonen, is recht evenredig met de frequentie

Fig. 2. Overzicht elektromagnetische stralingen (EM-stralingen) met een uiterst brede waaier van frequenties.

Om nog even terug te keren tot de GSM, daarvoor worden stralingen gebruikt met frequenties tussen 800 en 2600 MHz (megahertz, een miljoen keer per seconde) of golflengte resp. 40 – 11 cm. Ze liggen daarbij in de buurt van vele andere toepassingen, zoals boven vermeld. Zij dragen dus bij tot de enorme chaos van elektromagnetische stralingen die constant door onze leefruimte vliegen, de lichtstralen en de warmtestralen (die beide van ieder punt naar ieder punt vliegen), maar ook de kosmische stralen, de gammastralen, die allemaal natuurlijk zijn, en dan de eindeloze reeks door de mens aangebrachte stralen, radio en TV, wifi, bluetooth, sommige afstandsbedieningen, looptelefoon, GPS,  en nog een reeks andere. En daarnaast zijn er nog de medische, de militaire, de weerkundige  toepassingen, etc., een doolhof!

De mens.

Wat doet elektromagnetische straling met de mens? De mens is een ongelooflijk complex scheikundig fabriekje, met honderdduizenden verschillende producten die constant met elkaar reageren. Ons lichaam is veel complexer dan de hele chemische industrie samen en verreweg het grootste gedeelte daarvan is nog niet in kaart gebracht. Wat wel bekend is, is dat die producten allemaal bestaan uit dezelfde atomen, hoofdzakelijk waterstof, koolstof, stikstof en zuurstof. Die kunnen in oneindig veel combinaties met elkaar verbonden worden tot moleculen, wat de grote complexiteit van de levende wereld mogelijk maakt.

Onze leefwereld zit vol met stralingen: radiostralen, warmte-stralen, licht, kosmische stralen, en de hele reeks van de GSM, de looptelefoon, de GPS, ook de microgolfoven. Die stralingen, met een zeer uiteenlopende frequen-tie, gaan allemaal (gedeeltelijk) door ons lichaam, dat een delicaat chemisch fabriekje is en er kan door bedreigd worden.

 

Er is wel een probleem omdat de bindingen tussen die atomen niet bijzonder sterk zijn, veel minder sterk dan bijvoorbeeld de bindingen bij de metalen of bij de gesteenten. Een metaaldraad of een steen kan men doen gloeien; hout of leder of vlees, materialen uit de levende wereld, kunnen niet tegen die hoge temperaturen: de bindingen tussen de atomen zijn niet sterk genoeg, zij breken open. De levende wereld is dus een bijzonder complexe structuur met oneindige mogelijkheden, maar hij is niet bijzonder stabiel. Door die relatief zwakke bindingen is het menselijk lichaam gevoelig voor warmte, voor chemische stoffen én voor stralingen.

Wat die moleculen nog meer doen is trillen, vibreren, zowat 30 tot 300 duizend miljard maal per seconde. Het is alsof de atomen met veertjes aan elkaar zijn gezet en voortdurend staan te bibberen. De moleculen kunnen ook ronddraaien of bepaalde stukken er van kunnen roteren, met zeer diverse snelheden, in de brede buurt van een 500 miljard maal per seconde. Die trillingen en rotaties bepalen de temperatuur van iets: als een voorwerp warmer wordt, betekent dat alleen dat de moleculen harder gaan trillen en ronddraaien.

Elektromagnetische stralingen en de mens.

De stralingen die we het beste kennen zijn die van de zon, het licht en de heerlijke warmte op onze huid. Wat we niet voelen, is dat die energie aankomt in pakketjes, zeer kleine energiepakketjes, die men fotonen noemt. Dat is een curieus feit, dat ongeveer 100 jaar geleden door Einstein gevonden werd: alle energie van de elektromagnetische stralingen zit verpakt in fotonen, deeltjes zonder massa, die een welbepaalde, minieme energie meevoeren.

Die stralingen bestaan uit afzon-derlijke deeltjes, fotonen, energie-pakketjes die groter zijn naarmate de frequentie toeneemt. Alles wat een hogere frequentie heeft dan licht, kan breuken veroorzaken in de moleculen in ons lichaam, wat kan leiden tot kanker.

Nog merkwaardiger, de energie-inhoud van die fotonen is recht evenredig met de frequentie. Hoe groter de frequentie, hoe groter de energie van de fotonen. Dat betekent dat de fotonen van zichtbaar licht veel meer energie dragen dan de fotonen van de radiogolven en van de GSM, omdat de eerste een veel grotere frequentie bezitten. En dat, omgekeerd, de fotonen van de X-stralen en de gammastralen veel meer energie meevoeren dan deze van zichtbaar licht.

Fig. 3   Lichtstralen met hun fotonen; de energiepakketjes van blauw licht zijn het graatst, omdat de frequentie van blauw licht groter is, en hun golflengte dus kleiner.

Wat gebeurt er eigenlijk als een foton moleculen tegenkomt? Dan doet er zich een tweede curieus fenomeen voor: de fotonen kunnen maar gevangen worden als ze een "gat" vinden waarin ze passen. Dat is zoals bij korfbal: de bal moet met de juiste snelheid, dit is de juiste energie, gegooid worden om in de korf terecht te komen. Is de snelheid te klein zijn, komt de bal tekort; is de snelheid te groot dan vliegt hij over de korf. Voor elektromagnetische straling is niet de snelheid van het foton bepalend, maar de frequentie, dus de energie-inhoud van het foton (fig.3). Op die manier zien wij kleuren: een foton van een straling met een golflengte 0,4 µm (µm = micrometer = een miljoenste van een meter; komt overeen met 750 THz, hogere frequentie, grotere energie) past in de korf van een molecule, die een blauw signaal naar de hersenen stuurt. Een foton van een straling met een golflengte 0,75 µm (400 THz, lagere frequentie, lagere energie) past in de korf die een rood signaal geeft (fig.4).

Kanker.

Dat wij zien, is een eerste aanduiding dat straling iets kan doen met moleculen. Zichtbaar licht laat de mens toe een prachtig beeld te hebben van zijn omgeving. UV-stralen (ultra-violet, de stralen die net voorbij het violet zitten), hebben een iets kortere golflengte, of een iets grotere frequentie, en dus grotere energiepakketjes. Zij zijn sterker en kunnen dus harder ingrijpen in de chemische structuur van de huid. Dat leidt in de eerste plaats tot het rood kleuren van de huid die nadien bruin wordt, maar het kan ook leiden tot huidkanker.

De energiepakketjes van X-stralen bevatten 10-1000 maal meer energie dan deze van UV-stralen. Als ze gevangen worden in een "korf", geven ze ruim genoeg energie af om een chemische binding te breken. Gelukkig worden ze niet allemaal gevangen; een deel ervan gaat doorheen de zachte weefsels omdat er te weinig "korven" zijn. Maar veel van de X-fotonen worden wel gevangen, en zij kunnen dan een chemische binding breken in een of andere molecule in ons lichaam.

Dat er hier en daar een binding gebroken wordt in een of andere molecule is meestal ook niet zo erg. De betroffen cel zou kunnen afsterven, maar we hebben er ongeveer 50.000 miljard. Cellen verouderen ook en worden daarom regelmatig vernieuwd door een celdeling: de cel verdubbelt haar inhoud en splitst en er worden twee vernieuwde cellen gevormd. Dat gebeurt in ons lichaam een miljoen maal per seconde: iedere seconde krijgen we een miljoen nieuwe cellen. Het is evident dat er evenveel cellen moeten afsterven, anders zouden we uit de naad groeien. Dit is een heel subtiel evenwicht tussen nieuwe cellen en afstervende cellen, en ons lichaam heeft daar een zeer complexe regeling voor, met een hele reeks signaalstoffen, receptoren etc., allemaal specifieke eiwitten.

Alle eiwitten in ons lichaam worden opgebouwd aan de hand van een gen. Als er nu in dat gen een binding gebroken wordt, dan ontstaat daar een fout in het gen en een fout gen geeft een fout eiwit. Veronderstel dat de fout ontstaat in een signaalstof die als taak heeft het mechanisme van het afsterven van een cel op gang te brengen, dan is er een probleem. Door de foute signaalstof sterft die cel niet af. De geraakte cel met het foute gen gaat delen en de dochtercellen hebben dezelfde fout. Dat gaat zo door, de dochtercellen sterven niet af en het resultaat is een tumor, die zich veelal maar jaren later manifesteert. Als die foute cellen zich ook nog gaan verspreiden in het lichaam, hebben we kanker. Het is bekend dat X-stralen, die ruim sterk genoeg zijn om bindingen te breken, kanker kunnen veroorzaken, en dat geldt voor alle stralingen met een frequentie groter dan licht, bijvoorbeeld UV-stralen, X-stralen, gammastralen, kosmische stralen. Zij worden samen de ioniserende stralingen in genoemd.

Radiostralen.

Warmtestralen en radiostralen hebben een kleinere frequentie en dus dragen hun fotonen minder energie mee, wat niet betekent dat zij niet opgevangen worden in de materie. Integendeel vinden deze fotonen veel “korven” in de vibraties en rotaties van de moleculen. Hun energie wordt dus in warmte omgezet. Het best kennen we dat van de warmtestralen van de radiatoren of van een infrarood lamp bijvoorbeeld, waarvan de fotonen gevangen worden in onze huid, met als gevolg een prettig warmtegevoel.

Radio stralen en warmtestralen, die een kleinere frequentie hebben dan licht, bestaan uit minder energierijke fotonen en kunnen dus niet tot breuken leiden, maar zij kunnen wel warmte veroorzaken, zoals gebeurt in de microgolfoven.

Bij de radiostralen is het meest bekende voorbeeld de microgolfoven (frequentie 2450 MHz, miljoen keer per seconde, vermogen 1000 Watt). Voor de microgolfoven moet er wel voldoende water in het voedsel zitten, anders vinden de energiepakketjes niet voldoende "korven". Zij moeten het hebben van de rotaties van de watermoleculen en in vele materialen vinden ze die niet; olie bv. wordt niet opgewarmd. Wifi, bluetooth, Nintendo, looptelefoon etc. werken ook allemaal met frequenties rond 2400 MHz, golflengte in de buurt van 12 cm., maar met een veel kleiner vermogen (30-500 mW, milliwatt). Gezien de afwezigheid van water in de muren, geraakt de wifi door het hele huis, en komt de straling van de FM-radio van 50 km. ver, dwars doorheen de bomen en de huizen  van de buren.

GSM

GSM-stralen kunnen bij langer telefoneren leiden tot een temperatuurver-hoging van 0,1 °C, 1/10 van als we in de zon lopen. Ons lichaam zit vol thermo-meters, die ervoor zorgen dat de overtollige warmte wordt afgevoerd.Verreweg de meeste aandacht gaat uiteraard naar de GSM, om evidente redenen: één, de meer dan 6 miljard GSM-toestellen in gebruik en twee, het feit dat de GSM-straling gedeeltelijk in onze hersenen wordt opgevangen. Zoals gezegd zijn de energiepakketjes van de GSM-straling te klein om chemische bindingen te breken, maar de energie van die straling wordt wel omgezet in warmte. Het elektrisch vermogen van een GSM ligt beneden 1 W, gemiddeld zowat 0.25 W.  Dat is weinig, minder dan 1% van de warmte die uitgestraald wordt door een lampje van 40 W, maar niet verwaarloosbaar.

GSM-stralen kunnen bij langer telefoneren leiden tot een temperatuurver-hoging van 0,1 °C, 1/10 van als we in de zon lopen. Ons lichaam zit vol thermo-meters, die ervoor zorgen dat de overtollige warmte wordt afgevoerd.

Wat gebeurt er met die extra warmte in onze hersenen? Ons lichaam zit vol thermometers, speciale eiwitten die de temperatuur registreren en doorsturen naar de hersenen. Is de temperatuur te laag dan wordt er meer bloed door het weefsel gestuurd en als dat niet voldoende is, gaan we bibberen om door de beweging meer warmte te produceren. Is de temperatuur te hoog wordt er ook meer bloed door gestuurd, dat de overtollige warmte afvoert naar de huid; als gevolg gaan we blozen en zweten.

De impact van de door het lichaam opgenomen energie wordt uitgedrukt door de “specifieke absorptiesnelheid”, de Specific Absorption Rate (SAR), uitgedrukt in W/kg. In Europa is de maximaal toegelaten SAR voor een GSM 2 W/kg, maar veel toestellen werken met een lagere SAR, bv. 0.6 W/kg. Bovendien past het zendvermogen, en daarmee ook de SAR zich aan volgens de afstand tot de zendmast: hoe dichter die staat, hoe minder vermogen de GSM nodig heeft om de mast te bereiken. Door berekeningen en metingen kan aangetoond worden, dat de temperatuur in de hersenen ongeveer 0.1 °C kan stijgen bij langdurig telefoneren, 10% van de temperatuurverhoging als we in de zon lopen.

Niet-thermische effecten.

Er is veel onderzoek gedaan naar andere effecten van de GSM-straling, wat geleid heeft tot honderden publicaties. Daarin zou de GSM-straling ongeveer alle ziekten kunnen veroorzaken. De wetenschappelijke wereld is evenwel niet overtuigd dat deze studies correct zijn uitgevoerd.

Gezien de grote verspreiding van de GSM, ook bij de jeugd, is er bijzonder veel onderzoek verricht over andere aspecten van de EM-straling. In veel van die onderzoekingen wordt aangetoond dat die stralingen een negatief effect hebben op de gezondheid. Het is onmogelijk om al deze resultaten te bespreken, maar een goed overzicht vindt men in het rapport van de BioInitiative werkgroep. Dit rapport is bijna 1500 p. lang en vermeldt honderden studies.

Het aantal ziekten dat in verband wordt gebracht met EM-straling, is eindeloos, gaande van hoofdpijn, tot hersenkanker en fertiliteitsproblemen. Dit rapport is evenwel wereldwijd sterk bekritiseerd door officiële wetenschappelijke instanties, die vinden dat het onwetenschappelijk is. Er is blijkbaar een groot verschil gegroeid tussen de wetenschappelijke wereld en dergelijke rapporten. Het BioInitiative rapport zoekt ook naar de reden waarom dit verschil optreedt, en geeft meteen het antwoord, met o.m. volgende argumenten:                              

1. “Wetenschappers hebben zeker een rol te spelen, maar deze is niet exclusief en andere opinies tellen ook mee”. Maar… een wetenschappelijk besluit is nietig als het door één enkel, ondubbelzinnig experiment weerlegd wordt; als een andere opinie gegrond is, dan zal deze in aanmerking genomen worden in de stellingen van de wetenschap. Bovenstaande bewering is dus onjuist.

2. “Sommige experts blijven zeggen dat alle studies herhaalbaar moeten zijn (d.i. telkens hetzelfde resultaat opleveren)”. Maar… herhaalbaarheid is dé basis van de wetenschap; als een proef niet herhaalbaar is, is er geen resultaat.

Wat zeggen de internationale organisaties?

Het opperste orgaan, de World Health Organisation (WHO), stelt dat “tot op vandaag geen negatieve effecten op de gezondheid door het GSM-gebruik werden vastgesteld”. Dat wordt bevestigd door een hele reeks andere organisaties.

Het EC Scientific Committee on Emerging and Newly Identified Health Risks (SCENIHR) besluit dat “de drie lijnen voor evidentie, resp. door dieren-, in vitro- en epidemiologische studies aanduiden dat het onwaarschijnlijk is dat radiostralen leiden tot een toename van kanker bij de mens”. Maar de Raad van Europa adviseert GSM-straling te beperken waar mogelijk.

Het Internationaal Agentschap voor Onderzoek over Kanker (IARC), dat een onderafdeling is van het  WHO, plaatst de GSM-straling in de categorie 2B, wat betekent “mogelijks kankerverwekkend”. Het IARC verdeelt de producten, straling, sigarettenrook etc., in vijf groepen volgens de evidentie van kanker bij de mens, respectievelijk bij proefdieren.

Groep 1, "kankerverwekkend", betekent: voldoende evidentie voor kankerverwekkendheid; daarin vindt men voornamelijk chemische producten, maar ook zonnestralen, sigarettenrook, buitenluchtstof en dergelijke.

Groep 2a, "waarschijnlijk kankerverwekkend", wil zeggen bijna voldoende evidentie bij de mens en voldoende evidentie bij proefdieren.

Groep 2B, "mogelijks kankerverwekkend", betekent: ofwel beperkte evidentie bij de mens en minder dan voldoende evidentie bij proefdieren, ofwel onvoldoende evidentie bij de mens en voldoende bij proefdieren.

Groep 3, "niet classificeerbaar": onvoldoende evidentie bij de mens en onvoldoende of beperkte evidentie bij proefdieren.

Groep 4, "waarschijnlijk niet kankerverwekkend": evidentie die suggereert dat de agent niet kankerverwekkend is bij de mens en bij proefdieren.

Merk op dat er geen groep is “niet kankerverwekkend”; dit kan wetenschappelijk inderdaad niet, omdat de wetenschap met hypothesen werkt, die ofwel, steeds meer bevestigd worden, ofwel, opgeheven worden.

Het opperste internationaal orgaan voor gezondheid, de WHO, stelt dat "tot op vandaag geen negatieve effecten op de gezondheid door het GSM-gebruik werden vastgesteld". Een afdeling van het WHO klasseert de GSM-straling in de categorie 2B, mogelijks kankerverwek-kend, waar zij samen zit met talk, mottenbollen, koffie, benzine, lood. Dit zijn allemaal producten die ooit verdacht werden van kankerverwekkendheid, en derhalve goed opgevolgd dienen te worden.

Radiostraling is door de experts in groep 2B geplaatst, “mogelijks kankerverwekkend”, omdat zij bepaalde publicaties “over een beperkt toegenomen risico voor glioma, een kwaadaardige hersenkanker, geloofwaardig achten, maar oordeelden dat toeval, vooroordeel of verwarring niet konden uitgesloten worden”. In die groep 2B werden vele chemische producten ondergebracht, maar ook zaken zoals mottenbollen, koffie, talk, benzine, lood, bitumen en andere. Dat zijn allemaal producten die op een bepaald ogenblik verdacht werden van kankerverwekkendheid.

Het belangrijkste advies van een klassering in groep 2B is dat de GSM-straling goed zou opgevolgd worden.

GSM-masten.

GSM-masten zenden dezelfde straling uit als de GSM-toestellen. Hun zendvermogen is uiteraard veel groter dan dat van het GSM-toestel, zeg maar 100 maal sterker, maar de ingestraalde energie vermindert met het kwadraat van de afstand, zodat ze op 10 m ongeveer dezelfde is als die van de GSM. Het signaal wordt vooral horizontaal uitgestuurd met als gevolg dat het verder draagt en onder de mast minder sterk is (fig. 5). De ingestraalde energie wordt gemeten aan de specifieke absorptie snelheid (SAR) zoals bij het GSM-toestel.

Fig. 4 Een GSM mast straalt voornamelijk horizontaal.

In De Pinte staan er zes GSM-masten, drie in het dorp (in Polderbos, Nijverheidsstraat en Sportwegel), één aan de spoorwegbrug in de Hemelrijkstraat, één aan de oprit van de snelweg (een tweede staat op grondgebied Eke) en één op de kerk van Zevergem. De plaats van de masten en hun karakteristieken (antennes, frequentie, vermogen etc.) plus de impact (SAR) op de omgeving wordt in detail beschreven op de website van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) (zie Google "zendmasten"). De mast in het Polderbos is van Proximus en bevat drie types antennes met frequenties van resp. 945, 1812 en 2140 MHz. Van elk type zijn er drie antennes in de verschillende richtingen aangebracht, in totaal dus negen, elk met een vermogen van 79,4 W. De mast in de Nijverheidsstraat behoort tot Mobistar en bevat twee types antennes van beide 945 MHz en 60.5 W, in de drie richtingen, dus in totaal zes. De bedoeling van de voorgestelde aanpassing is de masten in Polderbos en Nijverheidsstraat samen te brengen, zodat die in de Nijverheidsstraat kan verdwijnen. Deze in de Sportwegel blijft ongemoeid.

De impact van GSM-masten op de omgeving is minstens 100 maal kleiner dan die van het GSM-toestel, en dus verwaar-loosbaar. Als het toestel een sterk signaal ontvangt van de GSM-mast, vermindert het zijn eigen uitzendsignaal. Voor degenen die zich zorgen maken over GSM-straling, is dat een voordeel.

In de omgeving van een zendmast mag de SAR maximaal 0,02 W/kg bedragen, 100 maal minder dan bij het GSM-toestel zelf. Voor de mast in het Polderbos (fig. 6) schommelen de gemeten waarden tussen 0,01 en 0,87% van de norm; op manshoogte gemeten is dat gemiddeld 0,09% van de norm. Voor de mast aan de Nijverheidsstraat variëren de waarden tussen 0,0 en 0,32% van de milieukwaliteitsnorm, gemiddeld 0,1%. Dit is dus verwaarloosbaar. Het IARC stelt dat de blootstelling aan straling door een mast minder dan 1/100ste bedraagt van een GSM-toestel met gemiddeld gebruik. Bovendien zal een GSM-toestel in de nabijheid van een mast een kleiner zendvermogen gebruiken met dus minder straling doorheen de hersenen.

Besluit.

  1. Er zijn tot op heden geen wetenschappelijke redenen waarom radiostralen in normale omstandigheden enig gevaar zouden opleveren voor de mens, wat wel het geval is voor alle elektromagnetische stralingen met een golflengte korter dan die van zichtbaar licht.
  2. Het WHO stelt dat er op dit ogenblik geen nadelige invloeden, veroorzaakt door GSM-stralen, werden vastgesteld. Het  IARC plaatst GSM-straling in de categorie “mogelijks kankerverwekkend” vnl. met de bedoeling dat de effecten goed zouden opgevolgd worden.
  3. Voor degenen die zich toch zorgen maken over de GSM-straling: de instraling van een mast is minstens 100 maal zwakker dan die van het GSM-toestel. En hoe dichter de mast staat, hoe zwakker de uitstraling van het GSM-toestel, dat er mee in contact is.
  4. Het is onmogelijk om te bewijzen dat er nooit enig effect zou kunnen gevonden worden. Daarom is iedere beperking van blootstelling aan EM-straling aan te bevelen, al was het maar voor de gemoedsrust van de bevolking.

De figuren 1, 3 en 4 werden overgenomen uit Wikipedia; figuur 5 mochten we lenen van Logo Gezond +; de foto voor figuur 6 werd genomen door Christian Vanderstichele. Aan allen onze dank.

Logo Gezond + vzw is een organisatie die werk maakt van een goede gezondheid van de bevolking o.m. door de omgeving veilig te houden. Zij heeft daarom veel belangstelling voor de impact van GSM-straling. In het kader van het voorzorgsprincipe doet zij de volgende aanbevelingen:

  • Beperk beltijd
  • Wacht voor je je GSM tegen het oor houdt
  • Gebruik een oortje (draadloos of met draad) of via een luidspreker
  • Sms ipv te bellen
  • Bel waar er goede ontvangst is (niet in bewegend voertuig)
  • Schakel uit indien niet nodig.

 

Keer terug naar Onze domeinen.         

 

Domein: 
Cultuur en Wetenschap
Auteur: 
Prof.em UGent Niceas SCHAMP
Uitgave PLU.IM Magazine: 
September 2014