Laat naar je huwelijkscontract kijken

                                                         Jacques HULSBOSCH - Notaris De Pinte

 

LAAT NAAR JE HUWELIJKSCONTRACT KIJKEN !

Het is niet de bedoeling om in deze bijdrage het uitgebreide huwelijksvermogensrecht uit de doeken te doen.  De korte uiteenzetting die volgt is hopelijk een aanzet voor gehuwden om eens bij een raadsman of notaris langs te gaan. Vooral uit het oogpunt van successierechten bestaan er mogelijkheden om via een huwelijkscontract aan successieoptimalisatie te doen.   Als men aan successieplanning denkt, zal men altijd eerst naar het huwelijksstelsel en huwelijkscontract moeten kijken en dat zo nodig aanpassen.

Sinds 1976 is het mogelijk om ook tijdens het huwelijk nog aanpassingen te doen aan het huwelijkscontract of een nieuw huwelijkscontract te maken.  De procedure was eerst vrij omslachtig met in vele gevallen een inventaris en een verplichte passage langs de rechtbank.  Momenteel is het niet meer zo ingewikkeld.  Het dossier kan van het begin tot het einde afgehandeld worden door de notaris.  De inventaris is nog maar in uitzonderlijke situaties nodig en de controle door de rechtbank is helemaal weggevallen.

Totdat het erfrecht van de langstlevende echtgenoot in 1981 het levenslicht zag, waren gehuwde partners aangewezen op het huwelijkscontract en/of een schenking tussen echtgenoten om de langstlevende meer garanties en rechten te bieden ten overstaan van de kinderen.  Het was goed ingeburgerd dat men bij huwelijk eerst bij de notaris langsging om een betere bescherming van de langstlevende uit te werken.  Uit de periode van voor 1981 ziet men dan ook vele contracten met een zogenaamde “langstlevende al”-clausule.  Door deze clausule gaat de hele huwgemeenschap (personen gehuwd met een gemeenschapsstelsel) naar de langstlevende en erven de kinderen bij het overlijden van de eerste van hun ouders hierin nog niets.    Op burgerlijk vlak is dit de beste positie voor de langstlevende.  Fiscaal gesproken (successierechten) is dit minder interessant.  De langstlevende betaalt immers op het aandeel van de overledene in de gemeenschappelijke goederen als enige successierechten.  De kinderen betalen hierop nog geen successierechten, gezien zij nog niets erven van de gemeenschap.  Alles gaat dus naar de langstlevende en als de langstlevende ouder dan op zijn beurt komt te overlijden, komen de kinderen tot de nalatenschap en betalen zij nogmaals op het hele vermogen van hun ouders successierechten. De huwgemeenschap wordt zo anderhalve keer belast met successierechten.  Het kan dus interessant zijn om bij het overlijden van de eerste partner al een deel van de gemeenschappelijke goederen te laten mee-erven door de kinderen.  Op die manier is er een spreiding van de successierechten en kan er optimaal geprofiteerd worden van het lage tarief (3% tot 50.000 euro).

Om een betere spreiding van de erfenis mogelijk te maken bij het overlijden van de eerste echtgenoot, werd het zogenaamd “keuzebeding” uitgedacht.  In dit beding krijgt de langstlevende echtgenoot een aantal keuzemogelijkheden om te bepalen hoe de huwgemeenschap met de kinderen zal verdeeld worden.  Het keuzebeding biedt de mogelijkheid om de gemeenschappelijke goederen op maat te verdelen tussen de langstlevende ouder en de kinderen.  Daarbij is het ook mogelijk om het onroerend en roerend deel van de gemeenschap anders te laten vererven.   Zo kan de langstlevende ouder bijvoorbeeld kiezen om enige eigenaar te worden van de gezinswoning en dat de kinderen wel al een deel van de gelden mogen mee-erven.   De optie “langstlevend al” blijft ook nog altijd mogelijk.  Deze techniek van successieplanning is ook na de anti-misbruikregelgeving van 2012 nog steeds toegestaan.

Hoe gaat dit nu praktisch :

  • Afspraak maken voor nazicht huwelijkscontract ; voor zij die geen contract hebben geldt hetzelfde, want de notaris kan voor deze personen nog een contract met bedoeld keuzebeding maken tijdens het huwelijk;
  • Vervanging “langstlevend al”-clausule door het keuzebeding in een wijzigend huwelijkscontract ; voor zij die geen contract hebben, wordt een kort huwelijkscontract opgemaakt waarin het keuzebeding wordt geplaatst (kostprijs ligt momenteel tussen 400 à 500 euro als het enkel om het keuzebeding gaat);
  • Bij overlijden van de eerste echtgenoot, gaat de langstlevende best zo vlug mogelijk bij de notaris om te bespreken welke keuze er het best gemaakt wordt ; hiervoor heeft men meestal 4 maanden tijd na het overlijden ; men wacht best niet zolang, want zolang de keuze niet is bepaald, kan de notaris geen akte van erfrechtverklaring afleveren en blijven de bankrekeningen geblokkeerd;
  • De notaris maakt vervolgens enkele ramingen van de verschuldigde successierechten en op basis van deze ramingen, kan er dan een keuze uitgeoefend worden.  Hierbij moet er vaak gezocht worden naar een gulden middenweg tussen het fiscale (lees : zo min mogelijk successierechten betalen) en het burgerlijke (lees : de wensen van de langstlevende ten overstaan van de kinderen). 
  • De keuze kan uiteindelijk gebeuren in een notariële akte en wordt in de aangifte van de nalatenschap gemeld, zodat de fiscus weet wie wat erft.
  • Voormelde techniek van het keuzebeding geldt enkel voor echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapsstelsel.  Voor zij die gehuwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen bestaan er andere mogelijkheden om aan successieoptimalisatie te doen. 
  • Het onderzoek van het huwelijksstelsel en het huwelijkscontract is in de meeste gevallen de eerste stap in het kader van successieplanning.  Als er aanpassingen dienen te gebeuren, kan dit vrij vlug in orde gebracht worden aan een relatief kleine kostprijs, die zeker niet opweegt tegen de besparingen aan successierechten die mogelijk worden.

Vandaar de tip : Laat eens naar uw huwelijksstelsel kijken !

 

Keer terug naar Onze domeinen.         

 

 

  

   

Domein: 
Erfenissen en successie
Auteur: 
Jacques HULSBOSCH - Notaris De Pinte
Uitgave PLU.IM Magazine: 
September 2014