Wit of bruin vet, zei u?

Wit of bruin vet, zei U?

Dr. Ir. Eric De Maerteleire

 

We kunnen er niet omheen, het aantal Westerse welvaartsziekten neemt continu toe en begint stilaan epidemische vormen aan te nemen. Denken we maar aan kanker, hart- en vaatziekten maar vooral diabetes type 2. Er is een heel sterk verband met overgewicht, vooral met obesitas of zwaarlijvigheid. Veel mensen zijn te dik en dit wordt direct geassocieerd met te veel vet in het lichaam. De opmerking is terecht maar niet helemaal, want niet alle vet is slecht. Integendeel er bestaat ook goed vet, waar de meeste mensen te weinig van hebben. Wat zegt U? Goed vet? Inderdaad en laten we proberen om deze vetmassa te verhogen in ons lichaam. Dit zal velen als vloeken in de kerk klinken, maar toch is deze stelling gefundeerd. Dat is vooral goed nieuws voor senioren, die worstelen met vetbandjes en buikjes.

De meeste mensen zijn bekend met leeftijdsgebonden gewichtstoename of obesitas. Als u ouder wordt, moet u uw voeding beter in de gaten houden en voldoende actief blijven. Een groot probleem voor veel mensen – vooral senioren – en velen hebben al moeite om hun gewicht constant te houden, laat staan af te vallen. Waar is de tijd toen u 20 jaar oud was en alles kon eten wat u wou zonder een gram bij te komen. Wat gaat er toch fout?

Wat is het verschil tussen wit en bruin vet?

Wetenschappers weten al heel lang dat de mens over twee soorten vet beschikt: wit vet (White Adipose Tissue of WAT) en bruin vet (Brown Adipose Tissue of BAT).

Het was onduidelijk wat beide soorten vet betekenden voor de mens en men heeft ze lange tijd over dezelfde kam geschoren. Tot in de late jaren 2000 men ontdekte dat wit vet niet goed is en bruin vet daarentegen wel. Een witte vetcel bestaat hoofdzakelijk uit één grote druppel wit vet dat opgeslagen is als reserve “voor slechtere tijden”. Een bruine vetcel daarentegen ziet er helemaal anders uit: de cel bevat veel kleine druppeltjes vet maar ook heel veel mitochondriën, die de typische bruine kleur geven aan de cel onder een microscoop. Deze mitochondriën zijn de energiecentrales van de cel en gebruiken de kleine vetdruppeltjes om te verbranden en om te zetten naar warmte. Soms naar energie, want dat zou ook kunnen natuurlijk, maar niet altijd.

Een heel belangrijk eiwit in de bruine vetcel, het UCP1-eiwit (Uncoupling Protein 1, ook thermogenine genoemd) geeft, eenmaal geactiveerd, het signaal aan de vetcel om geen energie of ATP te maken maar om het aanwezige vet te verbranden ten einde warmte te genereren. Wanneer schiet dit proces in gang? Daarvoor moeten we eens kijken naar de evolutie van de mens.

Doorheen de evolutie heeft de mens zich moeten aanpassen aan koude en barre leefomstandigheden. Daar hij warmbloedig is moest het lichaam er iets op vinden om onder deze omstandigheden warmte te produceren en niet energie. Energie was nodig om te vechten of te vluchten (fight or flight reaction) en dan werden de witte vetcellen aangesproken maar, eenmaal het gevaar voorbij, moest de mens weer denken om te overleven in de koude.

Er zijn verschillende manieren waarop wij ons kunnen opwarmen.

Bij het vuur of de centrale verwarming gaan zitten maar, als dit niet kan, beginnen rillen en als ook dit niet voldoende is warmte genereren via het voedsel dat we opnemen ofwel een mechanisme in werking stellen waarbij bepaalde cellen in ons lichaam (BAT) extra warmte gaan produceren. Men noemt dit “adaptieve thermogenese”. Dit evolutionair effect ziet men nog zeer goed. Baby’s, die nog niet over het vermogen beschikken om te rillen – let er maar eens op – beschikken in de nek en rond de sleutelbeenderen over behoorlijk wat bruin weefsel – in de verdere tekst zal ik dit BAT blijven noemen – om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Aanvankelijk ging men ervan uit dat dit BAT bij het kind helemaal verdwijnt bij het ouder worden, maar niets is minder waar gebleken.

Alhoewel in veel geringere mate, maar bij een volwassene blijft nog altijd wat BAT over, sterker nog, in bepaalde gevallen maakt het lichaam weer BAT aan om te overleven. Anders gezegd, het lichaam is nog altijd in staat om meer BAT aan te maken, waardoor vet wordt omgezet naar warmte en niet naar energie. Eigenlijk is het geen écht bruin weefsel maar eerder beige. Maar daarvoor moeten we het wel in de goede richting duwen en de omstandigheden creëren om dit fenomeen van thermogenese in gang te zetten. Als we er dus kunnen in slagen om het lichaam meer BAT te laten aanmaken, worden méér calorieën omgezet in warmte en vermindert de hoeveelheid wit vet in het lichaam. Resultaat: we slanken af. Hoe meer goed vet, hoe magerder we worden! Een paradox van formaat, maar toch gesteund op ernstig wetenschappelijk onderzoek.

Welke personen bevatten het meest bruin vet?

Het is een bekend fenomeen dat, naarmate men ouder wordt, de thermogene activiteit van het bruin vet vermindert. Dit is één van de redenen waarom we moeite hebben om ons gewicht te behouden wanneer we ouder worden. Een veelgehoorde klacht bij senioren is dan ook: "Oudere mensen moeten twee keer zo hard werken met hun dieet en lichaamsbeweging om de helft van de resultaten van jongere mensen te verkrijgen.”  

Bruin vet is gelegen in de nek en de schouders, rond de bloedvaten (het helpt om uw bloed te verwarmen), en rond een aantal organen. 

  • Slanke mensen hebben meer bruin vet dan zwaarlijvige mensen. Bij obese mensen is de hoeveelheid bruin vet omgekeerd evenredig met de Body Mass Index (BMI). Dit maakt het ook bijzonder moeilijk voor deze mensen om via deze weg af te vallen.
  • Jongere mensen hebben meer bruin vet dan ouderen en het is ook actiever. Eerder onderzoek liet zien dat 25 tot 84 procent van de volwassenen bruin vetweefsel heeft.
  • Mensen met een normale bloedsuikerspiegel hebben meer actiever bruin vet dan mensen met een hoge bloedsuikerspiegel. Vandaar dat personen die metformine nemen, een medicament tegen diabetes type 2, een actievere massa bruin vet hebben.
  • Vrouwen hebben ook de neiging om meer bruin vet te hebben dan mannen.
  • Er zijn een paar studies die aantonen dat personen die bètablokkers nemen voor de behandeling van hoge bloeddruk minder actief bruin vet hebben. Dat komt doordat catecholamines, de hormonen die vrijkomen bij stress en bij de “fight or flight” reactie, bruin vet activeren maar het zijn juist deze moleculen die worden afgeremd bij het nemen van bètablokkers, waardoor minder glucose in de vetcellen terecht komt zodat de activiteit ervan afneemt.

Hoe kan men de productie van bruin vet verhogen?

Koude

In 2007 rekruteerden Japanse onderzoekers twaalf jonge mannen met de bedoeling om twee uur per dag, zes weken lang, in een kamer bij 17°C door te brengen. In de beginfase verbrandden de proefpersonen gemiddeld 108 kilocalorieën extra in de koude ruimte dan bij normale kamertemperaturen, maar na zes weken waren hun lichamen in staat om iedere dag extra 289 kilocalorieën te verbranden. In die periode had hun lichaam méér beige vet aangemaakt. Dus, blootstelling aan koude dwingt het lichaam tot het nemen van extra maatregelen om de warmteproductie te verhogen en, in geen al te extreme omstandigheden, is dit de nieuwvorming van beige vet. Rillen is trouwens een manier om warmte op te wekken doordat de spieren gaan trillen, maar lang kunt u dit natuurlijk niet volhouden en het is ook best onaangenaam. Rillen doet het lichaam vanaf een temperatuur van 14 – 16°C, maar dit verschilt naargelang welk deel van het lichaam wordt blootgesteld en voor hoelang.

Een belangrijke recente studie toont aan dat de afwisseling van warme en koude omgeving de activiteit van de bruine cellen verhoogt. Neem daarom regelmatig een sauna. Het nemen van een stortbad is in deze context interessanter dan een warm ligbad maar wissel dan warm met koud af (switchen tussen 37°C en 20°C, met korte intervallen). Of neem een James Bond Shower (ook Scottish Shower genoemd): begin bij warm en eindig de laatste drie minuten bij een temperatuur van rond de 15°C. Deze procedure maakt deel uit van de bekende hydrotherapie, die zeker haar verdiensten heeft.

 

Beweging

Wanneer we voldoende bewegen maken de spieren een hormoon aan met de naam irisine. Dit hormoon stimuleert wit vet om zich om te vormen naar bruin vet.

Adrenaline

Het stresshormoon adrenaline verhoogt ook de werking van de bruine vetcellen zodat meer warmte wordt vrijgesteld. Hetzelfde kan gezegd worden van de schildklierhormonen T3 en T4 die ook de werking regelen van het UCP1-eiwit in de BAT-cellen. Dat is één van de redenen waarom mensen die onder een gezonde dosis stress werken er beter in slagen om hun lichaamsgewicht onder controle te houden: ze verbranden meer vet via het bruin weefsel. Adrenaline wordt ook vrijgesteld bij mensen die actief bewegen en aan sport doen. Stress hoeft dus niet per se negatief te zijn.  Een ander effect is dus ook dat mensen, die een gestoorde schildklier hebben en bijvoorbeeld té weinig hormonen T3 en T4 aanmaken, een minder actieve massa bruin vet hebben.

Melatonine.

Hoe hoger het gehalte aan melatonine in het lichaam hoe meer calorieën worden verbrand. Melatonine is het slaaphormoon dat ’s avonds, wanneer het donker wordt, wordt gevormd door de pijnappelklier en in de bloedbaan terecht komt.

Het is bewezen dat een gebrek aan slaap gekoppeld is aan obesitas, terwijl veel slaapproblemen gekoppeld zijn aan een gestoord melatonine metabolisme. Dit kan zijn door een gebrek aan slaap, een blootstelling aan te veel licht gedurende de nacht, stress en het negeren van een lichaamseigen slaapritme (circadiaans ritme). De verstoring van de melatonineproductie, veroorzaakt door gebrek aan slaap, kan dus ook een reden te meer zijn waarom er een gewichtstoename is.

Rol van de voeding

Voor vele mensen is blootstelling aan koude geen optie. Er zijn dan andere mogelijkheden via de voeding (diet induced thermogenesis). Bepaalde stoffen in de voeding kunnen de receptoren, die actief zijn bij blootstelling aan de koude, als het ware chemisch actief maken, zonder dat er koude bij te pas komt.

Welke zijn deze stoffen?

  • In de allereerste plaats capsaicine, de actieve stof in pepers en paprika’s. Recente studies bij mensen hebben aangetoond dat capsaicine de thermogenese doet toenemen en obesitas tegengaat.
  • De stof menthol, die voorkomt in munt, pepermunt, …. Menthol is een krachtig middel om de activiteiten van BAT op te drijven. Het is al lang gekend dat menthol een opwarmend effect heeft, zowel op de huid als indien oraal ingenomen. Men weet nu waarom. Menthol maskeert het effect van koude op het lichaam door de activiteiten van het bruine vet op te drijven.
  • De actieve stoffen uit koolsoorten met name de isothiocyanaten zoals die voorkomen in o.a. savooikool, waterkers, broccoli, spruiten, radijzen en vooral mosterd.
  • Bepaalde componenten uit knoflook activeren het UCP1-eiwit in het BAT-weefsel en stimuleren de warmteproductie.
  • De consumptie van olijfolie verhoogt de werking van BAT. Dit is te wijten aan het groot aantal speciale polyfenolen aanwezig in de olie, zoals hydroxytyrosol en oleuropeïne .
  • In de schil van appels komt een chemische stof voor met de naam ursolzuur. Uit recente studies blijkt dat deze stof de aanmaak van bruin vet stimuleert zodat de verbranding verhoogt. Op deze manier werkt de stof overgewicht tegen. Maar deze stof doet nog meer: ze vermindert de afbraak van spierweefsel (spieratrofie) – zeer interessant voor senioren – verbetert de glucosetolerantie en gaat vervetting van de lever tegen. Hoe klinkt het gezegde ook weer? An apple a day keeps the doctor away.
  • In kaneel  komt een stof voor, cinnamaldehyde, die de werking van bruin vet stimuleert en de hoeveelheid buikvet, meer bepaald het visceraal vet dat zich tussen de organen bevindt, doet afnemen.
  • De omega-3 vetzuren, die vooral in vette vis voorkomen, stimuleren de omzetting van wit vet naar bruin vet.

Hoe kunnen we deze kennis toepassen in ons dagelijks leven?

De drie hoofdoorzaken van de hedendaagse obesitas epidemie zijn: een ongezond voedingspatroon, een sedentaire levensstijl maar ook een gebrek aan temperatuurvariatie. We leven continu in een te warme omgeving. De centrale verwarming terugschakelen naar 18°C zou al een goede maatregel zijn, zeker in de slaapkamer. De ideale slaaptemperatuur blijkt 18°C te zijn, maar een bijkomend voordeel is dus dat het lichaam wordt aangezet om méér wit vet te verbranden.

Praktische aanbevelingen:

Wil men de activiteit van bruin vet of de nieuwe aanmaak van beige vet, ten koste van wit vet, stimuleren dan doet men best een aantal zaken, die vrij gemakkelijk toe te passen zijn:

  • Zorg ervoor dat de omgevingstemperatuur niet te hoog oploopt. Ideaal is 18°C en zorg er voor dat vooral de temperatuur in de slaapkamer niet te hoog is. Centrale verwarming heeft zo zijn nut, maar ook zijn nadelen.
  • Sterke temperatuurwisselingen op kort tijd dwingt het lichaam tot de activering van bruin vet. Het nemen van saunabaden en stortbaden (afwisselend warm en koud is belangrijk!) is sterk aan te bevelen. Het drinken van een paar glazen ijskoud water per dag – vooral in de morgen – is ook een goede gewoonte.
  • Beweeg zoveel mogelijk. Dit hoeft niet altijd intensieve sportbeoefening te zijn, maar ook huishoudelijk werk of werk in de tuin. Wanneer doet men dit het best? Natuurlijk bij fris weer of bij temperaturen rond de 18°C, dan slaat u een dubbelslag.
  • Zorg voor een deugddoende slaap. Respecteer uw eigen bioritme, dat wil zeggen ga tijdig slapen en slaap voldoende uren. Pas desnoods een slaapritueel toe en slaap dus zeker niet bij te hoge temperaturen.
  • Respecteer een goed voedingspatroon en bouw een aantal voedingsmiddelen in, die niet alleen allemaal stuk voor stuk goed zijn voor uw algehele gezondheid, maar ook de werking van bruin en beige vet stimuleert. Denk dan vooral aan pepers, appels, olijfolie, koolsoorten, vette vis, knoflook, kaneel en een ganse serie kruiden waaronder zeker menthol houdende kruiden zoals munt en pepermunt. Is pepermuntjes eten dan gezond? Zeker en vast, maar eet dan suikervrije snoepjes.

Keer terug naar Onze domeinen.         

Domein: 
Gezondheid en voeding
Auteur: 
Dr.Ir Eric DE MAERTELEIRE
Uitgave PLU.IM Magazine: 
Maart 2015